

3, 1. Vgl. hiervoren nr. 475, bl. 1837: ‘Hets een dach van vrolicheden’, str. 5, en de varianten.
Dit is een suverlijc boecxken, Antw. 1508, bl. 6, met wijsaanduiding: ‘Puer nobis nascitur’; tekst hierboven; - Een dev. en prof. boecxken, Antw. 1539, no. 218, uitg. D.F. Scheurleer, bl. 249, aant. bl. 343, onder de ‘leysenen’ en ‘op de selve wise’ als het lied ‘Puer nobis’; zelfde lezing; - Dr. J.G.R. Acquoy, Middeleeuw. geest. ldr. en leisen. 1888, no. 20, bl. 40, aant. bl. 55. - Het hof ken der geestelycker liedekens, Loven 1570, bl. 11, ‘dit gaet op Puer nobis nascitur’, 8 str.; - Veelderhande Schrift. leysenen, Antw. geest, goedk. 1587, sign. A 8 vo; - Dit is een schoon suyverlijcx boecxken (geest. goedk. Antw. 1570), Amst. Corn. Claesz., z.j., bl. 8 ro; - Het prieel der gheest. mel., Brugge 1609, bl. 60, ‘op de wijs alsoot beghint’; - S. Theodotus, Het Paradys der geest. en kerck. lof-sanghen, (1621) 's-Hertogenbosch 1627, bl. 73, zonder wijsaanduiding; - Den gheest. nachtegael, Antw. 1634, I, bl. 186, met de melodie; zie de vlg. blz. - Zooals Dr. Acquoy, t.a.p., het reeds deed opmerken, vindt men de eerste strophe van bovenstaanden tekst terug als derde strophe van het lied: ‘Had ick vloghelen als een arent grijs’ (volgens Èen dev. enĚ„ pr. b. no. 221, bl. 251, zie hierna nr. 489, bl. 1896), gezongen op de wijs: ‘Puer nobis nascitur’.
I. Zie hierboven III, nr. 479, bl. 1860, het lied: ‘Ons is gheboren een kindekijn’; - II. De zangwijs voorkomende in Het prieel, bij Theodotus en in Den gheest. nachtegael, diende insgelijks voor het lied: ‘Maria die sonde naer Bethlehem gaen’ (zie dit laatste). Beide melodieën behooren tot den iastischen modus (zie hiervoren Inleiding, bl. XIX); de tweede staat in verband met de melodie der hymne ‘Veni Creator’. De lezing van Den gheest. nachtegael is echter zoo bedorven, dat ze nauwelijks te herkennen is; de oude iastische modus is overgeloopen tot den modernen durtoonaard:

Vgl. hierna de melodie van: ‘Herders brengt melk en soetigheyd’.