
W. Moll, Johannes Brugman, 1854, II, bl. 149, naar een Hs. van 1527; - Dr. J.G.R. Acquoy, Middeleeuwsche geest. liederen en leisen, 1888, nr. 12, bl. 24. - Het bedoelde Hs. schijnt thans verloren; zie Dr. Acquoy, t.a.p., bl. 53, en Het geest. lied in de Nederlanden vóór de Hervorming, 1886, bl. 12.
Naar de tenorstem van de in het voornoemde Hs. voorkomende tweestemmige bewerking, hier in partituur gebracht. - Die bewerking is ons bewaard
door een facsimile te vinden onder de platen gevoegd bij Algemeene ophelderende verklaring van het oud letterschrift (plaat II, nr. 12), door Jac. Koning, uitgegeven door de maatschappij ‘Tot nut van 't Algemeen’, 1818:

Naar dezelfde bron Dr. Acquoy, Middeleeuwsche geest. ldr. en leisen, t.a.p., die, bl. 53-54, mede de twee stemmen ondereen brengt. - De tusschen haakjes gebrachte maat is door ons bijgevoegd.
Vgl. met bovenstaande zangwijs de melodie van: ‘Die werelt hielt mi in haer gewout’, tekst A hierna.