4, 1. nam bijgev. - 5, 3. t.: saen.
Str. 3-4. Aangehaald door M. Verkest, Tentoonstelling van onze Vlaamsche Primitieven, 1903, bl. 102-3, ten bewijze hoe de herders met het lot der H. Familie zijn begaan en hare ontberingen schilderen.
A. Liefde-vier in den Kers-nacht, enz., Loven, z.j., kerk. goedk. 1669, bl. 37, Herders-liedt, ‘op de wyse: Huc ad regem pastorum etc.’, tekst hierboven weergegeven; - Hs. nr. 4858 van c. 1621, der Kon. Brusselsche Biblioth., bl. 36-7; - Dr. J.G.R. Acquoy, Het geestelijk lied in de Nederlanden vóór de Hervorming, bl. 72, naar Een geestelijk leysen-boecxken, Dordrecht, tweede kwartaal
der achttiende eeuw, op het einde ‘alwaar de tekst blijkbaar ouder en beter is dan in De alder-nieuwste leyssem-liedekens, Antw. 1701 (1735 ?), Kon. Bibl. te 's-Gravenhage, bl. 21 vo’; - Kersnacht en de naervolgende dagen, Antw. P.J. Rymers, z.j., bl. 16, ‘op de wyse: Huc ad regem’, enz. (zelfde werk als het onmiddellijk voorgaande, zie H. Roes, voorloopige lijst, bl. 31); - J. Bols, Honderd oude Vl. ldr., 1897, bl. 56, naar laatstgenoemde bron; - B. J.S. [Joannes Stichter], O. en n. lof-zangen, Amst., 1740, I, bl. 24, ‘op de wijse: Wonderlyk zyn de(r) werken’. Verder vindt men varianten in: Geestelijke liedekens, Hs. geschreven te Dokkum in 1757, vermeld bij Bols, t.a.p.; - Willems, Oude Vl. ldr., 1848, nr. 194, bl. 427, naar O. en n. lof-zangen, uitg. 1757; - J.A. en L.J. Alberdingk Thijm, O. en n. Kerst-liederen, 1852, nr. 12, bl. 24, gemoderniseerde tekst: ‘Op, Herders, Hij 's geboren; - Rond den heerd, Brugge, I (1866), bl. 32, drie strophen, met aanvang: ‘Een kindeken is ons geboren // in het midden’, enz.; - Lootens et Feys, Chants populaires flamands, 1879, nr. 6, bl. 10, vijf strophen, met aanvang: ‘Messias is geboren // in 't duister van den nacht’; - J. Bols, Honderd oude Vl. ldr., bl. 56, vgl. aldaar, nr. 23, bl. 34; - Het daghet, Hasselt, dl. III (1890), bl. 158, fragment.
De tekst van het vrij onbeduidend ‘minnaers lied’: ‘Wonderlijk zijn de wercken’, stemaanduiding: ‘alst begint’, is te vinden in Delfschen Helicon, Amst. 1729, bl. 91, en in Het nieuwe vermakelyke Thirsis minnewit, II, Amst. 1731, bl. 129, ‘stem: Herders ons is geboren’.
Het hierboven als stem aangehaalde Latijnsche lied komt voor in het voormelde Hs. nr. 4858, bl. 55, met wijsaanduiding: ‘Herders hy is geboren’:
6, 5. t.: roseae; melleae. - 6, 6. t.: lacteae.
I. Den gheestelycken leeuwercker, Antw. 1645, bl. 93, daarna Alberdingk Thijm, t.a.p.:

II. Evangelische leeuwerck, door C.D.P. (Christianus de Placker), Antw. 1682, bl. 36, hierboven weergegeven:


Zelfde melodie in het voormelde Hs. nr. 4858, bl. 36, en J. Bols, t.a.p., naar een handschrift van het doksaal van Opwijk.
III. Den boeck vanden voorslag van Ghendt, beiaardboek, bl. 30, ‘Herders’, enz. ghestelt anno 1662, thema:

Hs. van Dokkum, 1757, bl. 22:

Lootens et Feys, t.a.p., zie ook aldaar bl. 298:

Anders is de melodie: ‘Wonderlyk syn de werken’, te vinden onder nr. 268, der O. en n. Hollantse boeren-lities, 2de druk, Amst. z.j., c. 1700:

Het hier besproken geestelijk lied wordt aangehaald als stem, o.a. in Het eerste deel der gheestelijcke sanghen (Den blyden requiem), Gent, 1674, bl. 67, voor ‘Ghenuchelijke dinghen’, en in Het tweede deel derzelfde verzameling (Den droeven alleluia), bl. 91, voor: ‘Soo die ziel comt t'aenmercken’; - door Elisabeth van Wouwe, Het gheestelyck maeghdentuyltjen, Antw. 1708, bl. 171 voor: ‘O doodt soo vol victorie’, en bl. 193 voor: ‘Het Heyligh Sacrament hooghwaerdigh’.