
1, 5. smaelen, smalen = o.a. uit de hoogte neerzien op.
A. Willems, Oude Vl. ldr., 1848, nr. 193, bl. 425, met deze aanteekening van Snellaert: ‘Woorden en muzyk komen voor op een geschreven los blaedje uit het midden der zeventiende eeuw’. - Voor de door Willems in den vierden regel niet aangeduide modulatie naar de bovenquint, vgl. de melodie: ‘Int soetste van den meye’, hiervoren I, bl. 151.
B. Rond den heerd, Brugge, IX (1874), bl. 27, zonder bron- noch wijsaanduiding.