

1, 6. t.: hy legt.
A. Oude en nieuwe lof-zangen, Erfg. We C. Stichter, Amst. z.j., bl. 53: ‘stemme, ala 't begint’; - J. Bols, Honderd oude Vl. ldr., 1897, nr. 3, bl. 5, zelfde tekst, naar ‘een te Aarschot gevonden handschrift’; - Vgl. denzelfde, nr. 13, bl. 18, variante. - J.A. en L.J. Alberdingk Thijm, 1852, O. en n. Kerstliederen, nr. 24, bl. 46, aant. bl. 302, gemoderniseerd, naar O. en n. lof-zangen.
B. De Coussemaker, Chants populaires des Flamands de France, 1856, nr. 6, bl. 14, gezongen te Belle en elders in Fransch-Vlaanderen; - D. Carnel, 't Kribbetje ou le mystère de la nativité du Christ, Annales du comité flamand de France, I (1853), bl. 141, Dunkerque 1854, de eerste drie strophen.
Aangehaald als stem: Elisabeth van Wouwe, Het gheestelyck maeghden-tuyltjen, Antw. 1708, bl. 17, voor: ‘Wanneer den tydt van baeren nu gonck naecken’; - bl. 22, voor: ‘Heden is ons een kindeken geboren’; - Apollo's nieuwe jaers-gift, 's-Grav. 1742, bl. 98, voor: ‘'s Avonds als ik zal gaen ruste’.
A. J. Bols, t.a.p., naar het voormelde Hs.; - J.A. en L.J. Alb. Th., t.a.p., variante, naar de ‘Hss. van de Heeren Van Veen en Smabers’; - B. Carnel, t.a.p., gezongen te Belle en in andere gemeenten van Fransch-Vlaanderen, zelfde lezing als de onmiddellijk voorgaande.
De aanvang van A en B wordt teruggevonden in Trois cent fables ‘en musique dans le goût de M. de La Fontaine’, Liége, F.J. Desoer, z.j., c. 1785, I, bl. 51, ‘Table XXII. La montagne en travail. Grand bruit, peu d'effet’:
