
4, 2. in den trone, in den hemel, cf. Math. V, 34.
A. Hoffmann v.F., Holländische Volksldr., 1833, nr. 3, bl. 17, naar het hem destijds toebehoorende, thans te Berlijn berustend, 15de-eeuwsch Hs. 8,190, hierboven weergegeven; daarnaar Willems, Oude Vl. ldr., 1848, nr. 196, bl. 430, str. 1-4, en de str. (zie de vlg. blz.): ‘Doen achte daghen’, enz.; - Hoffmann v.F., Niederl. geistl. Ldr., 1854, nr. 1, bl. 17. - Na str. 4 vindt men (volgens Holländische Volksldr.) van eene andere hand:
Drie andere strophen, nogmaals van eene andere hand, kunnen, zegt Hoffmann, na de zesde strophe ingeschoven worden, indien het geheel daarbij wint:
Het Weener Hs., nr. 7970, zie W. Bäumker, Niederl. geistl. Ldr., nr. 47, Vierteljahrsschrift 1888, bl. 245, geeft, met het refrein, str. 1, 2, 4 van A weder, daarbij nog deze twee strophen:
Vgl. het 14de-eeuwsche lied: ‘In hoc anni circulo // vita datur saeculo’, te vinden o.a. bij Ph. Wackernagel, Das deutsche Kirchenlied, I (1864), nr. 264, bl. 163, en variante, nr. 265, bl. 164, alsmede de Duitsche navolgingen bij Hoffmann v.F., Geschichte des deutschen Kirchenliedes, 1861, nr. 169-70, bl. 314-7: ‘In des jares zirlickeit’, en ‘Zu diesem neuen jare zart’.
B. Hoffmann v.F., Niederl. geistl. Ldr., nr. 2, bl. 19, naar het destijds hem toebehoord hebbende, thans ter Berlijnsche Bibl. berustend, 15de-eeuwsch Hs. 8,185, dat geen melodieën bevat.
9, 4. si bijgev. Vgl. D, 10, 4 en F, 10, 4. De beteekenis is: wat zij zich niet ontziet, nl. te volkomen aan de Wet: zie Ex. XIII, 2.
C. Dit is eē suverlijc boecxken, Antw. Adr. van Berghen, 1508, bl. 1, zonder wijsaanduiding, hierboven weergegeven; - Dit is een schoon suyverlijck boecxken (geest. goedk. Antw. 1570), uitg. Amst. Corn. Claesz., z.j., bl. 4, zelfde tekst, de tweede strophe
is echter achterwege gebleven; - Het hofken der geest. liedekens, Loven 1577, bl. 20; - Veelderh. Schrift. leysen, Antw., geest. goedk. 1587, sign. A 5 ro, 9 str., telkens zonder wijsaanduiding; - Het prieel der gheest. melodie, Brugghe 1609, bl. 78, ‘alsoot beghint’; str. 1-5; - Gheest. paradiisken der wel-lusticheden, door P.G.D.P. (Pater Guill. de Pretere), S.I., Antw. 1619, II, bl. 41, zonder wijsaanduiding; - Kersnachtse nachtegaal, eerste onderverdeeling van Catholijck sanckboeck (Embrick 1620), uitg. 1633 (?) zonder titelblad, nr. 40, bl. 52, aangeh. door H.v.F., Holländische Volksldr., bl. 18-19, en Niederl. geistl. Ldr., bl. 18, str. 1-6, zonder wijsaanduiding; - S. Theodotus, Het Paradys der geest. en kerck. lof-sanghen (1620), 's-Hertog. 1627, bl. 91, str. 1-5, zonder wijsaanduiding; - Den gheest. nachtegael, Antw. 1634, I, bl. 16, en nogmaals bl. 188, telkens 9 str.; - Dit is een suyverlijck boecxken, Amst. Corn. Dirckz. Kool, 1648, bl. 40, zonder wijsaanduiding, 9 str.; - Den blyden-wegh tot Bethleem, Antw. 1645, bl. 15, en Den gheest. speel-wagen, Antw. 1671, bl. 14, beide zonder wijsaanduiding, telkens str. 1-6.
W.P.H. Jansen, Tijdschr. voor N.-N. mzgsch., IV (1894), bl. 154, naar een Hs. gevoegd bij een zangboek van 1609, berustend ter boekerij van het Amsterdamsche Begijnhof, met varianten, str. 1, 3, 4, 5 en 6 van bovenstaanden tekst, daarbij deze slotstrophe:
J.A. en L.J. Alberdingk Thijm, O. en. n. Kerstliederen, nr. 73, bl. 144, ‘Met dezen nieuwen jare // verblijdt een wondre mare’, gemoderniseerd naar Theodotus.
1, 8 en 11. t.: tui mulieribus. - 2, 3. t.: aen sach. - 2, 4. t.: heer daer. - 4, 1. t.: schonne. - 4, 2. t.: throonne. - 5, 3. t.: waerlike. - 7, 2. t.: landen. - 8, 1. t.: vroet. - 9, 3. t.: allen vlamen. - 9, 4. verwijt, verleden deelw. van verwiten; misschien te lezen: om die wet niet, enz. - 10, 4. zie C, 9, 4. - 11, 1. t.: vrolic ave.
D. Hs. nr. 1042 van Meerman, na 1525, thans nr. 2631, 2de serie, der K. Brusselsche Biblioth., bl. 76, zonder wijsaanduiding. Hier vinden wij terug, buiten de verandering in het refrein (vgl. hiervoren III, nr. 482, bl. 1870: ‘O suver maecht van Israel), een samenvoegsel van strophen ontleend aan C en aan A.
15, 4. vertijt = ga voorbij. - 17, 4. vermijt = ontsiet; vgl. C, 9, 4; D, 10, 4.
E. Een devoot en̄ prof. boecxken, Antw. 1539, nr. 225, uitg. D.F. Scheurleer, bl. 256 en aant. bl. 335. De lezingen bij Hoffmann komen Scheurleer zeer verminkt voor; terwijl hem integendeel vollediger schijnt de uit een grooter aantal strophen bestaande tekst C. Of een grooter aantal strophen voor meer volledigheid pleit, is eene vraag, die, zooals wij zooeven zagen, voor het hier besproken lied door Hoffmann zelf gesteld wordt. ‘Juist doordien zulke liederen veelvuldig gezongen werden’, meent Dr. Acquoy, Kerstliederen en leisen, 1887, bl. 11, ter plaatse waar door hem ons lied wordt aangehaald, ‘kon ieder er van maken wat hem of zijn geheugen goeddacht’. In den regel, mag men dus de oudste bronnen voor de vertrouwbaarste aanzien.
F. Hölscher, Niederl. geistl. Ldr. und Sprüche, Berlin 1854, nr. 12, bl. 27, naar een Hs. van o. 1588, zonder melodie.
A. W. Bäumker, Niederl. geistl. Ldr., Vierteljahrsschrift 1888, bl. 248-9, naar het voornoemd Berlijnsch Hs. - De door denzelfden schrijver, t.a.p., nr. 47, bl. 245, naar het Weener Hs., medegedeelde lezing, levert geen noemenswaard verschil. - E. Een dev. en̄ prof. boecxken, t.a.p.
De bovenstem eener tweestemmige bewerking uit het 15de-eeuwsch Hs. van Trier, uitgegeven door E. Bohn, in Cäcilia, 1877, en in Monatshefte für Musikgeschichte, IX (1877), bl. 28, overgenomen door Bäumker, Das kath. deutsche Kirchenl., I, nr. 99, bl. 356 (vgl. aldaar I, nr. 98, bl. 354, en II, nr. 99, bl. 153), is nauw verwant met A:

Variante. Het prieel, 1609, t.a.p. (zelfde lezing bij Theodotus, t.a.p.):


Aanverwante lezingen: Den gheest. nachtegael, 1634, t.a.p.; - Stalpaert, Gulde-iaers feest-daghen, 1635, bl. 1256, voor: ‘Herodes wreed van moede’.
Erk u. Böhme, Deutscher Liederhort, III, nrs. 1951-2, bl. 656 vlg., deelen 17de-eeuwsche lezingen der melodie mede.
Zeer afwijkend is de lezing medegedeeld door W.P.H. Jansen, t.a.p., bl. 154, naar het vermelde Hs.:

Voor den tweeden en den derden versregel geeft deze lezing der melodie de bovenstaande terug, het overige is zonder twijfel aan eene meerstemmige, waarschijnlijk tweestemmige, bewerking ontleend.