
1. Malewelleken = Emmanuelken. - 2. is er niet geboren = is er nie(uw) geboren (?); ziet vol blij = zingt al blij (?). - 3. zangeken, sangh, sanghe, fasciculus spicarum (Kiliaan). Zang, v., samengeraapt bundelken, bosje korenaren of handvol graanaren, die men achter de pikkers (maaiers) of liever achter de schoovenbinders of, wanneer 't graan reeds van het veld is, opraapt (Schuermans, Idioticon). - 4. Stelt hem, enz. = geef hem het Godsdeel, geef hem acquit op den Heer: zeg hem dat hij tegen u kwijt is, daar gij het niet aan hem gegeven, maar den Heer geleend hebt. Zie hiervoren II, bl. 1324.
Opgeteekend in de Brabantsche Kempen door J.N. Lemmens (1823-1881); ons medegedeeld door zijn leerling priester Jozef Duclos. De melodie is oud en kan in de XVde eeuw thuis behooren. - Omstreeks Nieuwjaar wordt het vette varken geslacht; zie de Nieuwjaarsliederen medegedeeld door F.E. Delafaille, Gesch. van Mechelen, Mechelen, z.j. [1903], II, bl. 42 vlg., waar men o.a. vindt, zonder de melodie, een lied ‘gezongen op de gehuchten’ (voorgeborgten der stad):