
3, 3. t.: menschen. - 3, 4. hier bijgev.
Jacobus de Ruyter, Nieuw liedt-boeck ghenaemt den vrolijcken speelwaghen, Antw., Petrus Scheffers, z.j., onvolledig exemplaar in mijn bezit, bl. 44, ‘Kerstliedeken, op de wyse: alsoo't begint’, hierboven weergegeven. In Snellaert's lijst, Oude en nieuwe liedjes, bl. XXVII, wordt eene uitgave Antw. 1657 vermeld. - Nieuw liedt-boeck genaemt den Vogel Phenix bestaende in geest. liedekens, ‘in 't licht gebracht door eenen Eerw. Pater Capucyn ... den lesten ende vernieuwsten druck, vermeerdert ende van veel grouve (sic) druck-fauten verbetert door Jac. de Ruyter,’ Duynkercke, E. Laurenz, z.j. (kerk. goedkeuring 1717), bl. 57, zelfde tekst, met eenige veranderingen aan de spelling, en bijvoeging na de zevende strophe van deze regelen:
De Coussemaker, Chants populaires des flamands de France, 1856, nr. 14, bl. 34, als opgenomen te Duinkerke uit den volksmond en met melding van den in den Vogel Phenix te vinden tekst. De tekst kan uit den volksmond zijn opgenomen, doch de spelling, die met de door de C. voor de meeste liederen van zijnen bundel gebruikte spelling verschilt, zal wel naar de eene of andere uitgave van den Vogel Phenix zijn weergegeven. D.C. leert, dat dit liederboekje verschillende uitgaven beleefde; de catalogus van zijn eigen bibliotheek, Brussel, Olivier, 1877, bl. 103, vermeldt eene uitgave verschenen te Duinkerke bij Pieter Labus, z.j., en een ‘derden druck’ die het licht zag bij E. Laurenz, insgelijks z.j.
Aan het slot van Den Vlaemschen Papegaey door H. van Vyfderlye, Brugghe, by Andreas Wydts, z.j., vindt men aangekondigd als ‘nieuw gedruckt’: Het aengenaem
lysterken, het Brabans nachtegaelken en Den Voghel Phenix, ‘zijnde alle drye liede-boeckjens van Jacobus de Ruyter ghemaeckt’.
Op den titel van een Nieuw lb. genaemt den Maegdekrans, Duynkercke, J.O. Laurenz, z.j., geest. goedk. 1712, en van De wandelinghe ofte reyse naer de voornaemste steden van Vlaenderen en Brabant, Antw. 1710 (geest. goedk. 1698), beide werken van J. de Ruyter, leest men dat deze was ‘Clerck van de Weeserije der Stede en Casselrije van Veurne’. Volgens eene welwillende mededeeling van den heer Leopold Plettinck, Griffier te Veurne, blijkt het uit de parochieregisters, dat de Ruyter in laatstgenoemde stad den 16den Januari 1716 is overleden.
D.C., t.a.p., waar de melodie op den slag aanvangt.