
7, 2. hem, datief meervoud.
Hoffmann v.F., Niederl. geistl. Ldr., 1854, nr. 6, bl. 25, zonder wijs-aanduiding; navolging van het Latijnsche lied: ‘Puer natus in Bethleem’, dat te vinden is in: Dit is een suverlijc boecxken, Antw. 1508, bl. 12 ro; - daarnaar Dr. J.G.R. Acquoy, Kerstliederen en leisen (Verslagen en mededeelingen der K. Akad. van Wetensch., Afd. Letterk., 3de reeks, IV, bl. 383); - Dit is een schoon suyverlijck boecxken (geest. goedk. Antw. 1570), Amst. Corn. Claesz., z.j., bl. 1 vo; - Daniel, Thesaurus hymnologicus, Halle I (1841), bl. 334, zie ook IV (1855), bl. 258. - Wackernagel, Das deutsche Kirchenlied, I (1864), nrs. 309-318, bl. 198 vlg., deelt tien verschillende Latijnsche teksten mede uit de XVIde eeuw, met aanvang: ‘Puer natus’, enz., die ook allen met den tekst van 1508 verschillen; - J. Julian, A dictionary of hymnology, London 1892, bl. 940, Engelsche navolgingen.
De Latijnsche tekst doet zich nog voor in Het prieel der gheest. melodie, Brugge 1609, bl. 38, en aan het slot van Oude en nieuwe Kerstgezangen, door J. S[tichter], uitg. Amst. Erfg. Wed. C. Stichter, z.j., bl. 102.
‘Puer natus in Bethlehem’ wordt o.a. aangehaald als wijs: N. Janssens van Roosendaal, Een nieuw dev. geest. lb. (geest. goedk. 1594), Antw. Rymers, z.j., bl. 16 en 82, voor: ‘Verblijdt u nu gij Abrahams saedt’ en ‘Alleluya den blijden thoon’; - Paradijs der gheest. vreuchden, Antw. 1617, bl. 91, en 235 voor: ‘Alleluia den blijden toon’, en ‘Is 't lief, is 't leedt, is 't soet of suer’; - Den gheestelycken leeuwercker, Antw. 1645, bl. 167 voor: ‘Ons is gheboren 't hemelsch kindt’.
‘Amor, amor, amor, amor, quam dulcis est amor, // amor, amor, amor, amor, amor, quam fortis est amor’, komt voor in Het prieel der gheest. mel., 1609, bl. 56, als refrein voor het lied: ‘Noyt sulcken liefde op eertrijck was gevonden’.
W. Bäumker, Das katholische deutsche Kirchenlied, I, nr. 60. bl. 322, ontleend aan eene Duitsche verzameling van 1599, hierboven weergegeven, - In een Hs. van 1482 der Stadsbibliotheek te Trier vindt men een tweestemmig lied: ‘Jesu dulcis memoria’, waarvan de onderstem eene variante van onze melodie uitmaakt; zie hierna het lied: ‘O Jesu soete aandachticheit’; - zie mede de Duitsche zangwijzen bij Erk u. Böhme, Deutscher Liederhort, III, nr. 1930, bl. 639.
Het prieel, t.a.p.; ‘op de wijse alsoot beghint’;

Den gheestelijcken nachtegael, Antw. 1634, I, bl. 80, tweestemmige bewerking, voor het voormelde lied van N. Janssens:

Verzameling van oude en nieuwe gezangen, Amst. 1799, bl. 85:
