2, 2 en 3, 1. t.: tvoren. - 7, 3. nader godlicheit = volgens de godheid, d.i. als God. - 17. nae der = nae daer, cf. B, 14.
6, 3. t.: trepud abat. - 7, 2. t.: azinos. - 9, 4. erat pauper[e] = het was armelijk. - 12, 4. omnes.

6, 3. verbaren, zich verbaren, vertoonen. - 7, 2. t.: een sterre. - 13, 1. hiet, bijgev. - 17, 3. t.: ghemengt.
A. Hoffmann v.F., In dulci iubilo, 2de uitg., Hannover 1861, nr. 26, bl. 68, naar het 15de-eeuwsche Hs., Ms. Germ. 8,190 der K. Berlijnsche Bibl., bl. 14. - Aangeh. door Dr. J.G.R. Acquoy, Kerstliederen en leisen (Verslagen en mededeelingen der K. Akad. van Wetensch., Afd. Letterkunde, 3de reeks, dl. IV, 1887, bl. 365), onder de leisen, geestelijke liederen met in koor, als tutti, gezongen refrein. De twee door Dr. A. aangehaalde strophen zijn echter ontleend aan de lezing, die volgt onder B.
W. Bäumker, Niederl. geistl. Ldr., nr. 64, Vierteljahrsschrift, 1888, bl. 303, tweestemmig, naar voormelde 15de-eeuwsche bron.
B. Dit is ee suverlijc boecxken, Antw. 1508, bl. 9 ro, zonder wijsaanduiding. - Dit is een schoon suyverlijck boecxken (geest. goedk. Antw. 1570), uitg. Amst., Corn. Claesz., bl. 9 vo, en Het hofken der geest. liedekens, Loven 1577, bl. 39, beide zonder wijsaanduiding, stemmen overeen, buiten eenige varianten, met de lezing van 1508; str. 4: ‘Natus in’, enz., is echter telkens achterwege gebleven.
Aangeh. door Dr. R. Bennink Janssonius, Gesch. van het kerkgezang bij de Hervormden in Nederland, 2de druk, Amst. 1863, bl. 14 en 20, aant. 9.
C. Een dev. en̄ prof. boecxken, Antw. 1539, nr. 222, uitg. D.F. Scheurleer, bl. 252; herdrukt door Dr. J.G.R. Acquoy, Middeleeuwsche geest. liederen en leisen, 's-Grav. 1888, nr. 23, bl. 46, aant. bl. 56.
In de drie teksten wordt het refrein na elke strophe gezongen.