Het oude Nederlandsche lied. Deel 3


auteur: Florimond van Duyse


bron: Florimond van Duyse, Het oude Nederlandsche lied. Derde deel. Martinus Nijhoff / De Nederlandsche Boekhandel, Den Haag / Antwerpen 1907


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 2129]

542. Onzen-lieven-Heer op een klein ezelken zat.



illustratie

 
Onzen-Lieven-Heer op een klein ezelken zat,
 
naer Jerusalem zoude hij rijden,
 
en Maria, Gods moeder, die volgde hem naer
 
op dees bedroefde tijden:
 
‘en och zone,’ zei zij, ‘en och zone, liefste mijn,
 
zou u de reis wel lusten?
 
En gij zijt er zoo zwaer aen den kruiseboom gelaen,
 
ook zonder eens te rusten.’
[p. 2130]

4. Vgl. hierna: ‘Op eenen Witten donderdag // al tusschen’, enz., tekst D, regel 7. - 7. Kruiseboom. Lignum vitae, heet het kruis reeds bij de kerkvaders. Zie ook Evangelium Nicod. Part. II c. 8 bij Tischendorff, Evang. Apocr. p. 381. (W. Moll, Johannes Brugman, Amst. 1854, bl. 171, aant.).

Tekst en melodie.

Uit den volksmond opgeteekend in de Brabantsche Kempen, door J.N. Lemmens (1823-1881), en ons overhandigd door zijn leerling priester Jozef Duclos. De strophe, de eenige bekende, schijnt betrekking te hebben op de plechtige intrede te Jerusalem. Tevens wordt daarin door Maria gezinspeeld op het aanstaande lijden van haar Zoon. Dat Jezus' Moeder hier gewoonlijk niet wordt vermeld, doet niets ter zake: zij kan onder de toeschouwers geweest zijn, zooals schilderijen en teekeningen van dien intocht haar met de heilige vrouwen voorstellen.