

7, 3. helzen, l.: elzen.
8. èvan'hen = gevangen. - 10. ègesselt = gegeeseld.
3, 1. Ton, West-Vl. = toen. - 5, 3. dinke mij, enz. - 7, 3. nl. voor God, om hem tot barmhartigheid over te halen.

13, 1-4. Vgl. A, str. 10-12.


A. Lootens et Feys, Chants pop. flamands, nr. 22, bl. 36. Str. 10-12 behooren waarschijnlijk tot een lied op de ‘Vlucht naar Egypte’. Vgl. hiervoren III, nr. 536, bl. 2108, str. 12, van: ‘Met vreuchden willen wi singhen in desen bliden tijt’, en nr. 538, bl. 2111, str. 4 van: ‘Wildi horen singhen eenen soeten sanc’, zie ook G, str. 14-15; - B. Fragment mij in 1880 te Bergen voorgezongen door den heer Leopold Loret, geboortig van Dendermonde. - Een ander fragment dat nagenoeg de eerste drie strophen van A weergeeft, ‘uit Gent toegezonden’, komt voor in Rond den heerd, Brugge, XII (1877), bl. 200; - C. Rond den heerd, t.a.p., bl. 199, uit de omstreken van Oudenaarde; - D. De Coussemaker, Quelques recherches sur le dialecte flamand de France (Annales du Comité flamand de France), afzonderlijke druk, Duinkerke 1859, nr. 3, bl. 16, dialect van Belle. De bedorven tekst van ons lied is hier ineengeloopen met een lied van Maria-Magdalena (zie hierna: ‘d' Heylige Maria Madelene’); - E. Rond den heerd, XIV (1878), bl. 159, medegedeeld door ‘Marie’; - F. Vlaamsche zanten, Sint-Nikolaas (Waas), V (1904), bl. 17, medegedeeld door ‘Vrouw Weyn’; - G. Blyau en Tasseel, Iepersch oud-liedboek, 2de aflev., Gent 1902, bl. 92, ‘Jezus' lijden’.
Tekst A, Lootems et Feys, t.a.p.; - B. Mondelinge overlevering (zie hiervoren); - F. Vlaamsche zanten, t.a.p.; - G. Blyau en Tasseel, t.a.p.