
2, 5. Vgl. hierna nr. 554, bl. 2175, 5, 3, van ‘Och hoe lustelic is ons die coele mei ghedaen’.
Het hofken der geestelycker liedekens, Loven 1577, bl. 139, ‘op die wijse: Die fieren nachtegale / hy sanc soo soeten sanck’.
Dit lied is eene vergeestelijking van het lied: ‘Ick wil mi gaen verhuegen’; zie hiervoren I, nr. 118, bl. 467. Zonder eenigen twijfel werd het voorgedragen op dezelfde melodie als dit laatste; vgl. den aanvang van str. 2 van den wereldlijken en van den geestelijken tekst.
‘De fiere nachtegale’, aangeh. bij Theodotus, Het Paradys der geest. en kerck.
lof-sanghen (1620), uitg. Antw. 1648, bl. 494, voor: ‘Ryck Vader, God almachtigh’, te vinden met denzelfden tekst bij Ben. van Haeften, Den lust-hof der christelycke leeringhe, Antw. 1622, bl. 134, zoowel als de zangwijs: ‘De fiere nagtegale’, die men aantreft bij G. d[e] S[waen], Den singende zwaan, (Antw. 1655), uitg. Leyden, 1728, bl. 115, voor: ‘Ik groet u / Sint Gregori’, berust op anderen strophenbouw. - Deze melodie diende ook voor het lied: ‘Komt Fama nu ter eeren’ (Triumph-liedt over de heerlicke victorie van 's Hertogenbosch, 1629) te vinden bij H.J. van Lummel, Nieuw Geuzenlied-boek, nr. 202, bl. 504, waarover A.D. Loman, Melodieën der Geuzeliedjes, in Bouwsteenen, II (1872-74), bl. 222. De zangwijs: ‘O fiere nachtegael’ vermeld hiervoren I, bl. 349, berust insgelijks op anderen strophenbouw.