
3, 7. op elck termijn, 't elken stonde, een rederijkerslap (W.t.a.p.). - 4, 6. s'drucx foreest = een wond van druk, evenals een zee van smarten. - 5, 3. als de gheriefde = de geholpene. - 5, 6. gru, gruwelijk leed. - 6, 4. verdrach, plaga, het lijden dat de Heiland moest verdragen (W.t.a.p.). - 6, 8. Paenas mecum divide. - 7, 4. Crucifixo condolere. - 8, 7. Et plagas recolere.
Het prieel der gheest. melodie, Brugghe 1609, bl. 111, ‘op de wijse: alsoot beghint’; - Het Paradiis der gheest. vreuchden, Antw. 1617, bl. 37, ‘op de wijse: Myn droefheydt moet ick klaghen’; - herdrukt door Willems, Vertalingen van het kerkgezang Stabat mater dolorosa, in Belgisch museum, Gent, III (1839), bl. 443 vlg.; - Catholijck sanckboeck, (later verschenen als: Gheest. harmonie), Embrick (1620), exempl. zonder titelblad, uitg. 1633 (?), nr. 55, bl. 78, zonder wijsaanduiding; - S. Theodotus, Het Paradys der gheest. en kerck. lofsangen (1621), 5de druk, 1648, bl. 156, ‘op de voorgaende wijs’, de wijs van het lied: ‘Jesu ons liefd' / ons wenschen’.
Over de Nederlandsche vertalingen van het Stabat mater, zie Dr. Jan te Winkel, Gesch. der Ndl. letterk., I (1887), bl. 428, aant. 3, en L. Petit, Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterk., 1888, bl. 185, nr. 798.
Het prieel, t.a.p.; - S. Theodotus, bl. 153, en I. Stalpaert, Gulde-iaers feest-dagen, Antw. 1635, bl. 263, voor: ‘Vriendinne Gods, Colette’, zelfde zangwijs, hierboven weergegeven naar het metrum van den tekst. Deze zangwijs zoowel als de melodie: ‘Van liefden comt groot liden’ (zie hiervoren III, nr. 546, bl. 2148), en evenzoo de melodie: ‘Si ghinc den bogaert omme’ (zie hiervoren I, nr. 44, bl. 241), stamt af van de Hildebrands melodie: ‘Ick wil te lande rijden’,
zie hiervoren I, nr. 5, bl. 37. - Vgl. W. Bäumker, Das katholische deutsche Kirchenlied, II, nr. 305, bl. 288: ‘Wer Ohren hat zu hören’. Het aangehaalde lied: ‘Myn droefheydt moet ick klagen // [fortuyn is mij geschiet’], waarvan de tekst o.a. voorkomt onder nr. 23 van het Lb. met emblemata, Hs. van c. 1635, nr. 19544 der K. Brusselsche Bibl., werd voorgedragen op de melodie: ‘Fortune, hélas pourquoy’. Zie voor deze zangwijs - ook te vinden in Het prieel enz., bl. 13, voor: ‘Laet ons met lof en sanghen’ - Dr. J.P.N. Land, Het luitboek van Thysius, nr. 92.