
1, 3. scheppér van, enz., valsche scancie, die te verbeteren ware door: ghi schépper áller, enz.
Het prieel der gheest. mel., Brugghe 1609, bl. 106, ‘Van de bittere Passie ons Heeren’; - Het Paradiis der gheest. vruechden, Antw. 1617, bl. 36; - S. Theodotus, Het Paradys der geest. en kerck. lof-sangen (1621), 5de druk, Antw. 1648, bl. 153.
Het prieel, 1609, t.a.p. - Volgens de uitg., Antw. 1617, bl. 101, werd het lied voorgedragen ‘op de wijse: Het stont een moeder reene’; - volgens Het Paradiis, enz., ‘op de wijse: Myn droefheydt moet' ick klaghen’; zie bl. 2160-2 hiervoren.