4, 3. t.: bespoeyt. - 4, 5. Matth. XI, 28. - 4, 8. Id. XI, 30. - 5, 2. beeten = steunen (Wdb. der Ndl. taal). - 6, 1-3. Johan. IV, 14.
Een dev. en̄ prof. boecxken, Antw. 1539, nr. 143 (uitg. D.F. Scheurleer, bl. 174, en aant. bl. 315), hierboven weergegeven; - verdere lezingen in Het hofken der gheest. liedekens, Loven 1577, bl. 123; - Dit is een schoon suyverlijck boecxken (geest. goedk. Antw. 1570), uitg. Amst., Corn. Claesz., z.j., bl. 26 ro; - Veelderhande Schrift. leysenen, 't Hantw., z.j., geest. goedk. 1587, sign. F 2 vo, telkens zonder wijsaanduiding; - Catholijck sanckboeck (later verschenen als: Gheest. harmonie), Embrick 1620, exempl. zonder titelblad, uitg. 1633 (?), nr. 65, bl. 90; - Den gheest. nachtegael, Antw. 1634, III, bl. 162.
De eerste vier strophen worden aangehaald door Dr. R. Bennink Janssonius, Gesch. van het Kerkgezang bij de Hervormden, enz., 2de druk, 1863, bl. 95, als behoorende bij een lied ook in gebruik bij de Hervormden.
Dr. F.C. Wieder, De Schrift. liedekens, 's-Grav. 1903, Regist. nr. 132, wijst op de lezingen te vinden in Veelderhande liedekens [Keulen] 1556, - Schrift. liedekens, Leyden 1595, en Dit es een zuverlick bouxken, voorkomende op den Index van de
Theol. Fac. van Leuven van 1546. Bij de bespreking van Een dev. en̄ pr. b., 1539, brengt Dr. W., bl. 127, dit lied onder de liederen die Hervormd zijn.
Aangeh. in Parnassus dat is den Blijen-bergh, Antw. 1623 (privilegie 1619), den tweeden druk, bl. 158, voor: ‘Devote Catholijcken alle ghemeyn’.
Een dev. en̄ pr. b., t.a.p., hierboven weergegeven, - Den gheest. nachtegael, t.a.p.; beide melodieën zijn lezingen van Ps. 73 Souterl., 1540, doch reeds van den iastischen modus tot den modernen durtoonaard overgeloopen. Zie hiervoren I, nr. 79, bl. 356: ‘Den lustelijcken mey is nu inden tijd’; nr. 158, bl. 588: ‘De sin verblijdt’, en II, nr. 454, bl 1744: ‘Den dertichsten Mey, op Pinxterdach’. - Ook de zangwijs: ‘Mocht ic al met die alderliefste mijn’, meegedeeld door J.C.M. van Riemsdijk, in Tijdschr. voor N.-N. mzgsch., III (1891); bl. 176, naar een Hs. van de Utrechtsche Universiteitsbibliotheek, geeft de iastische melodie terug. - ‘Den lustelijcken Mey is nu inden tijt’, het lied nr. 27 uit het Antw. lb., werd ook gepasticheerd door Soetjen Gerrits, gest. 26 Dec. 1572. Zie Dr. W., t.a.p., Regist. nr. 133.

