


2, 4. t.: zoet. - 2, 7. de bijgev. - 3, 4. t.: met er. - 3, 5. t.: en komt. - 3, 4. t.: bloemekens. - 4, 2. t.: wasch. - 4, 5. t.: loft. - 5, 8. t.: wasch. - 6, 2. t.: zoo men alom. - 6, 3. t.: aen. - 6, 6. t.: 't was op. - 6, 7. t.: haer ligte. - 6, 8. van 't geligt. - 7, 4. t.: wasch. Rond den heerd: honing haelt. - 8, 2. sic, Rond den heerd; t.: als een Christen-mensch als dan. - 8, 3. er bijgev. - 8, 4. t.: een. - 8, 5. t.: brengt ook ons wapen. - 9, 5. t.: vlugt. - 9, 7. t.: en Joseph vlugte. Rond den heerd: en Joseph vruchte (vroeger in het imperf. vruchte) = en Joseph vreesde.
Los blad nr. 5, gedrukt te Gent, bij Van Paemel, ‘Meyliedeken tot lof van de bieën’. Stemme: ‘A pas coupable of Avec les yeux (lees: jeux) dans’; tekst hierboven weergegeven; - Rond den heerd, Brugge, II (1867), bl. 170, in jongere spelling, met eenige varianten zonder wijsaanduiding. De uitgever verklaart nog nooit iets te hebben gelezen van de eerste mis van Christus in den tempel (str. 5), of van den kerkgang van Maria met Sint Joseph (deze laatste wordt hier niet genoemd) en Sinte Elisabeth (str. 6).
De Coussemaker, Chants pop. des Flam. de France, nr. 39, bl. 113, geeft eene variante van de eerste vier strophen van bovenstaanden tekst, door hem in het arrondissement van Duinkerke opgevangen.
I. De oorsprong van de hierboven aangeduide zangwijze: ‘A pas coupable’, bleef ons onbekend. De tweede stemopgave: ‘Avec les’, enz., is ontleend aan een lied uit Les amours d'été, ‘divertissement en un acte’ (1781), van Piis en Barré met aanvang:
De hierboven weergegeven muziek van dit couplet is een ‘air de Saint-Onge’; zie: Du Mersan, Chansons nat. et pop. de la France, Parijs 1847, bl. 554. De melodie
komt voor onder nr. 53 van La clé du caveau, Parijs 1811, en latere uitgaven.
Op deze zangwijs schreef C.S. de Boufflers (1757-1815) het lied getiteld ‘Les métamorphoses’, met aanvang: ‘Iris pouvez vous bien le croire!’
Deze melodie gaf ook aanleiding tot de ‘nieuwer wyze’, die men aantreft bij De Coussemaker, t.a.p., voor het lied: ‘O soete bloemtjes van de hoven’, zie hierna. - II. De Coussemaker, t.a.p., bl. 113. Deze zangwijs, insgelijks van Franschen oorsprong, is te vinden onder Les rondes, chansons à danser; suite des dix volumes d'Amusements recueillis et mis en ordre par le sieur Ballard, Parijs, 1724, II, bl. 136-7, waar zij wordt aangegeven als ‘Chanson de Pierrot et Catheraine’. Zij dagteekent echter van vroeger tijd; men treft ze reeds aan voor een couplet: ‘Je vais gager que la belle’, voorkomende in Les eaux de Merlin, tooneelstuk, vertoond te Parijs in 1715 (Le théatre de la foire, Paris 1721, II, bl. 113, nr. 96 der muziek-bijlagen). Verder wordt zij nog gevonden in Recueil de fables choisies, Parijs, 1749, nr. 13 van de muziekbijlagen; - Plaisirs de la Société, Amst. 1761, I, nr. 41 van de muziekbijlagen, en in de overige deelen der zelfde verzameling; - Anthologie françoise van Monet, z.n. van drukker noch p., 1765, I, nr. 25, bl. 50 voor: ‘Que Phoebus gîte dans l'onde’, het bekende drinklied van Adam Billaut van Nevers (1644), dat, hertoetst, thans aanvangt: ‘Aussitôt que la lumière’. Zie over dit lied Weckerlin, Chansons populaires du pays de France, 1903, II, bl. 150; - La clef du caveau, 4e édit., nr. 560, wijsaanduiding: ‘Ton humeur est Catherine’. In de verzameling van Ballard luidt het:

In Recueil de Noëls anciens, au patois de Besançon, nouvelle édition, corrigée... par Th. Belamy, Besançon 1842, bl. 19, nr. 5 der muziekbijlagen, treft men met de wijsaanduiding: ‘Je ne sais si je suis ivre, etc.’, de volgende variante van onze melodie aan:

qu'on feret lai pa = dat men zou den vrede sluiten; - main = maar; - s'on éta ressegresi = indien men hersteld was; - aigrali = uitgedroogd, uitgeput.
De stemaanduiding: ‘Tryn bedaar, hoe zelt nou [weezen]’, vindt men in Het nieuwe Thirsis minnewit, IV, Amst. 1731, bl. 78, voor: ‘Heden, buurtvrouw, wel hoe vaarje?’ en, met de Fransche melodie in Jan van Elsland's Gezangen, Haarlem 1738, bl. 113, voor het lied: ‘Meen jy, zuurmuil’.