terug  begin  verderprepost
[p. VII]

Voorwoord.

Een inleidend woord van de hand van een oud AMATEUR BAANrenner in een boek, dat bijna uitsluitend handelt over de Tour de France, de geweldigste van alle WEGwedstrijden voor BEROEPSrijders, zal door velen wonderlijk worden gevonden. Ook door mij zelf.

Want, al heeft dan ook de wielerbaansport geen geheimen meer voor mij, wat weet ik eigenlijk van de Tour de France f? Slechts één maal volgde ik hem gedeeltelijk en verder is mij van deze grootse gebeurtenis in de wielerwereld niet méér bekend dan aan ieder ander die tijdens de Tour, met 'n kaartje vóór zich, de verslagen in dagen sportbladen trouw en met aandacht volgt en glimlachend de foto's beziet van etappe- of eindwinnaars wier warme, bestofte koppen door heldenvererende jonge vrouwen worden gekust.

In die geest sprak ik tot de uitgever van dit boek toen hij mij om een voorwoordje vroeg en ik noemde hem de namen van anderen die de Ronde van Frankrijk meerdere malen volgden van het indrukwekkende en fleurige begin af tot en met het bittere einde. Bitter omdat, bij afloop, de volgers, zowel journalisten als verzorgers en officials, al even uitgeput en over hun zenuwen heen zijn als de renners.

De uitgever was het niet met mij eens. Juist omdat ik tussen de Tourkenners en het grote wielersportminnende publiek in sta, wilde hij weten wat dit boek mij, objectief beschouwd, zegt.

Welnu dan, het heeft mij veel en zelfs heel veel gezegd. In de eerste plaats, dat de schrijver over een zeer vaardige pen en een buitengewoon goed waarnemingsvermogen beschikt. Niets is hem onopgemerkt voorbij gegaan. En hij heeft niet geschroomd bepaalde dingen van de tour, welke voor de buitenwereld verborgen bleven, te ontsluieren en hij heeft, naast het merkwaardige, gigantische en bewonderenswaardige, ook de - platweg gezegd - rotte plekken bloot gelegd.

Hij heeft als het ware de gehele Tour vóór zich op de snijtafel genomen en hij heeft er het ontleedmes diep in gezet. Hij snijdt en kerft erin en legt het de lezer stuk voor stuk voor ogen.

Pech! Wat is pech? Waarom heeft de een veel meer pech dan de ander? Voor velen een nog onopgeloste vraag. Het antwoord is in

[p. VIII]

dit boek te vinden. Heeft Coppi een geheim? Wilt ge 't weten, lees dan de prachtbeschrijving van dit wielerphenomeen.

Dat de ultra lichte racefietsjes ware wonderen der techniek zijn, dat het, als 'n vallende steen, afdalen der bergen niet anders is dan een spel met de dood en welke rol de rijwielfabrieken in de Tour spelen - 't staat allemaal in dit boek beschreven.

't Is een eerlijk boek, vol spanning. Moed en durf en het fabelachtige uithoudingsvermogen der renners worden duidelijk in 't licht gesteld. Nu eens wordt een waarachtig kampioen op de voorgrond gebracht, dan weer wordt een mannetje, dat door geluk of hulp een succes kon boeken en dientengevolge door zichzelf en door anderen tot ongezonde hoogte werd opgevijzeld, ten voete uitgetekend als een meelij wekkend kereltje, dat, na zijn terugval tot de mediocriteiten, ergens, onopgemerkt, in een hoekje als een kind zit te grienen.

De schrijver trekt ook van leer tegen het onmetelijk kwaad van het zogenaamde drogueren, het toedienen van vergiften aan de deelnemers, dat, zoals hij terecht opmerkt, met duizend zuignappen in de wielersport zit vastgezogen.

Reeds sedert enige tientallen jaren is onze wielersportkenner bij uitstek, Joris van den Bergh, tegen die verschrikkelijke verwording in de wielersport te velde getrokken. Al wel een twintigtal jaren geleden schreef hij, ontstemd omdat de renners en ook de bondsbesturen maar liever blind bleven voor dat sportondermijnende geknoei, een sensationeel artikel getiteld: ‘Ga die voddelappen te lijf!’ En daar bedoelde hij bepaalde ‘verzorgers’ mee die, door het toedienen van hun middeltjes, de, onder hun ‘hoede’ staande rijders tot grotere prestaties brachten of wilden brengen, met het noodlottige gevolg, dat menig veelbelovend renner, tengevolge van een voorgoed geknakte gezondheid, plotseling van het wielertoneel verdween en dat er zelfs zijn geweest, die er met hun leven voor moesten boeten.

De auteur van dit boek laat duidelijk uitkomen, dat de Tour de France rijders een zeer hard, ja bijna bovenmenselijk zwaar beroep uitoefenen. Hij heeft alle onvergetelijke indrukken en al zijn belangrijkste belevenissen op papier gezet. Hij heeft zich - om het zo maar eens uit te drukken - in dit boek leeggeschreven. Hij heeft dat ongetwijfeld als 'n soort roeping opgevat. Dat voelt men onder het lezen aan en dat verhoogt nog het boeiende ervan.

 

G. Bosch van Drakestein

prepostterug  begin  verder