[p. 24]

IV Bij een geschenk
(Twaalf geborduurde zakdoeken)

 Lieve Truide, dit geschenk,
      Klein, maar rein van zin,
 Zegt u hoe ik aan u denk,
      Hoe ik u bemin.
  
 Reiner dan dit blank batist,
      Blijv' steeds uw gemoed,
 Want slechts zielereinheid is 't
      Die ons heil behoedt.
  
 O, gebruik ze lang en veel,
      Teêr-beminde bruid,
 Echte deemoed zij uw deel,
      Als ge er u in snuit.
  
 Want bedenk bij wát ge doet:
      Wij zijn nietig stof-
 God alleen geeft alle goed:
      Hem zij alle lof!