[p. 26]
VI Wanhoop
- Vaarwel! gij schoone droomen!
- Nu is het alles uit!
- De maak'laar is gekomen,
- En heengegaan mijn bruid.
-
- O, wereld vol vermaken!
- O, leven vol van lust!
- Gij kunt mij niet meer raken,
- Mijn ziele snakt naar rust.
-
- Nu ga ik mij begeven
- In 't eenzaam somber woud,
- In Neêrlands groene dreven,
- Waar ik zooveel van houd.
-
- Daar waar geen zon zal schijnen,
- Geen nachtegaal zal slaan,
- Daar ga ik stil verkwijnen
- Tot 't met mij is gedaan.
-
- Geen morgenrood zal gloeien
- Op mijn droefgeestig pad,
- Met tranen zal ik sproeien
- De lieve bloemen nat.
-
- Daar zal ik weenend kermen,
- Tot Gods genade groot
- Zich mijner zal ontfermen,
- Mij nemen in zijn schoot.
-
- O, Heeler aller wonden!
- Ontruk mij ras! ontruk
- Mij uit deez' poel van zonden
- Naar 't hemelsche geluk!
|