[p. 29]

IX Het huwelijk

 Zoo zijn wij dan getrouwd,
      Ik kan 't haast niet gelooven:
      Nu 't oog gewend naar boven
 En op den Heer gebouwd!
  
 De Heer is onze Rots,
      Van hem komt alle zegen!
      Een vrouw heb ik gekregen,
 En 't harte zwelt van trots.
  
 Verdiende ik zooveel? neen!
      Slechts grond'looze genade
      Schonk mij haar tot een gade,
 Voor mij, voor mij alleen!
  
 God had haar even goed
      Een ander kunnen geven.
      Zoodat ik al mijn leven
 Zijn liefde prijzen moet.