[p. 33]
XIII Uitkomst
- O, daar komt de dokter weder;
- Heer! wat is uw goedheid groot!
- Want een wichtje, klein en teeder,
- Legt hij schreiend in mijn schoot.
-
- ‘Heil u!’ snikt hij, diep bewogen,
- ‘God de Heere schonk ons kracht!
- Zie uw spruitje hier voor oogen,
- Van het mannelijk geslacht.’
-
- ‘'t Is uitstekend afgeloopen,
- Ook uw Truitje slaapt nu zacht:
- Boven bidden, denken, hopen
- “Eindigde deez” nare nacht.’
-
- Heer! heb dank, die mijn vertrouwen
- Thans ook weer niet hebt beschaamd!
- Slechts 't geloof heeft mij behouën:
- 'k Breng u dank dus, zoo 't betaamt.
|