[p. 38]
XVIII Beproeving
- Helaas! helaas! de wreede smart
- Wil zelfs geen dichter sparen-
- Dat moest mijn teeder vaderhart
- Op bitt're wijs ervaren.
-
- Hij, die ons allen heeft gewrocht,
- Zoo wijs en goedertieren,
- Hij heeft ons ditmaal zwaar bezocht;
- Ons Jantje lijdt aan klieren.
-
- Ik vreesde 't vroeg, ik zag het lang,
- Ik zag zijn halsje zwellen-
- En eindelijk kwam de dokter bang
- De droeve waarheid spellen.
-
- O, ouders! die dit onheil kent,
- Wis zult ge met ons lijden!
- Geen poeder of medicament
- Komt ons met hoop verblijden.
-
- En voor geen staal of levertraan
- Wil nu de kwaal verdwijnen-
- Wat hebben wij den Heer misdaan,
- Dat Hij dus treft de Zijnen?
-
- Doch neen, ik zwijg eerbiedig stil:
- Al moog' mijn harte bloeden,
- Ik weet toch, dat des Vaders wil
- Steeds alles leidt ten goeden.
-
- En gaf hij mij het dichtvuur niet,
- En moet ik hem niet danken,
- Dat hij mijn smart zich uiten liet
- In diep-gevoelde klanken?
|