[p. 40]
XX Droeve gebeurtenis
- Ach, Truitjen! wat een groote schrik,
- Hoezeer ben ik ontsteld!
- Gij wachttet, ijs'lijk in uw schik,
- Het tiende, welgeteld.
-
- De naam bedacht, het wiegje klaar,
- De mutsjes net en klein;
- Doch God bezocht ons bang en naar-
- Het heeft niet mogen zijn.
-
- Nog eer het wichtje was volgroeid,
- Ontwonden uit uw schoot,
- Hebt gij u wat te veel vermoeid...
- En 't arme schaap ging dood.
-
- Nog voor ik 't lieve wicht ontving,
- Nam God het weer terug,
- En onze tiende lieveling
- Ontviel ons, ach! te vlug.
-
- Toch ben ik dankbaar, als ik zing,
- En is 't mijn dank niet waard?
- Wát vrucht er ook verloren ging,
- De godsvrucht bleef gespaard!
|