[p. 43]
Versche lauwerblaadjes om de hoofden van Neêrlands dichterhelden
[p. 45]
Voorspel
- Is men met ontroerde schreden
- In der muzen hof getreden,
- Vol van wijding, zoo als ik-
- In dat heilig oogenblik,
- Dan is zeker de eerste plicht,
- Die ons vol gemoed verlicht,
- Hen, die daar in glorie tronen,
- Lang erkende muzenzonen,
- Uitgelezen dichterschaar,
- Zeet'lend om het hoofdaltaar,
- Die den glans des roems al kennen,
- Waar ons oog nog aan moet wennen,
- Hen, de hoogen! hen, de grooten!
- Met eerbiedig hoofd ontblooten,
- Dank- en liefdevol te groeten,
- Ons te werpen aan hun voeten,
- Hunne knieën dan te omknellen,
- Als beschermers en modellen!
- Hun ootmoedig en bescheiden
- Onzen eersten zang te wijden.
- Jonge broeders in den rij
- Weest erkent'lijk en volgt mij!
- Legt uw deel van hulde en eer
- Aan den voet dier helden neer!
- Denkt nooit op uzelf te staan!
- Waagt het niet in ijd'len waan
- Hen te heek'len, hen te gispen,
- Of hun werken te berispen!
- IJdel blijft uw nietig vitten:
- Zij, die daar in glorie zitten,
- Hoog op Neêrlands Helicon,
- Blaak'rend in de volle zon
- Van de volksgunst en Gods zegen,
- Zijn niet om uw lof verlegen!
[p. 46]
-
- Spreekt ge van uw meesters kwaad,
- 't Is uzelven, dien ge schaadt!
- Wee u, arme, jonge dwazen,
- Die verwaand en opgeblazen,
- Om de wereld te verbazen,
- Op uw meerderen gaat razen!
- Leest de les niet wie u leerden,
- Doet als ik en eert geëerden!
|