[p. 61]

Mengelpoëzie



[p. 63]

Atheisten

 Wat wil het reuk'loos vloekgespan
      Dat U ontkent, o Heer?
 O, komt de nood eens aan den man...
      Zij buigen voor U neêr.
  
 Uw Macht en Goedertierenheid-
      Driest schenden zij haar aan,
 En 't sterkste voor Uw goedheid pleit,
      Dat Gij hen liet bestaan.
  
 Hoe groot is Uw genade niet,
      Dat gij dat galgenrot
 Uw hoogen Naam beschimpen liet,
      In dol vermeet'len spot!
  
 Doch wee u, adderengebroed!
      Wacht op het einde slechts...
 Lankmoedig is de Heer, en goed-
      Doch vreest den Dag des Rechts!