[p. 64]
Aan de naturalisten
- 'k Ruil voor Majorca's zee-koralen,
- Voor India's parelvangst, op de oevers uitgestrooid,
- Noch voor Potosië's erts, noch Mexico's metalen
- U, diergeliefde cither! nooit.
-
- Wat zoudt ge in plaats mij geven mogen?
- Verlokkend aas in kinderoogen,
- Verblindend slijk uit mijn en meer!
- 't Onzinnig grauw, door schijn te doeken,
- Moog' schatten op den mesthoop zoeken...
- De dichter haalt ze uit hooger sfeer!
|