[p. 21]
Weg en wil
Als de storm opsteekt
Kantelt het kranke.
Stormen breken
Een zwak geslacht.
Wij schrijden de straten
Der eeuwigheid.
Wij behoeden de vrijheid!
Wij schutten het recht!
Immer wortelt
De nood in 't verleden.
Het leven zweept ons.
Uit pijn wordt geboren
De menschlijke plicht.
Dwars door de verwarring
Ligt onze tocht,
Dwars door de nachten
Naar 't licht, dat bevrijdt.
Achter ons zwijken
Getijen en tijden.
Ons hart luidt opstand
En allerwegen
Wordt de wekroep vernomen
In des broeders naam.
Waar daaddrift woont
In de menschen, leeft helder
Woord en verlangen -
Bevel en bewilliging -
Niets dan slechts menschlijkheid.
[p. 22]
Wij stormen over
Den daaglijkschen dood
Ter zuivre Gemeenschap
Voor eeuw na eeuw!
Alfred Thieme