[p. 27]
Wrocht!
Gij zaaidet, en gij ziet den akker aan,
Die leeg en donker ligt en niet wil baren
En uwe oogen worden moede, en staren:
Het zaad lijkt in den uitworp reeds vergaan...
Ontwaakt! Ontschudt u, Zaaier, alle waan!
Wéét: hij, die al te snel het koorn wil garen,
Als loon voor de eerste breede zaai-gebaren,
Heeft nimmer gronden van een ban ontdaan!
Millioenen krachten moeten in den schoot der
Aarde ge-bed zijn, willen wij den dood der
Onvruchtbaarheid. En kracht heet: hàrte-bloed.
Wat telt één zaad, wat tellen honderd zaden,
Als over duizenden het noodlot woedt?
Wrocht! En de rijkste oogst wacht op uw daden!
Rainer Schlösser