[p. 28]
Gij en wij
G' omwandelt aldoor slechts uw veege Ik...
En niets verneemt ge van 't verwijderd zingen
Dat nadert en diep in ons hart wil dringen.
Gij kent alleen uw kleine oogenblik.
Muziek wordt storm. Zij zal uw zatheid storen,
Uw voosheid woekerend op den dooden droom
Van wat eens Volk was. Doch de prille boom,
God heeft hem lief, wijl hij slechts God wil hooren.
Eberhard Klaass