[p. 53]
Zaad
...want dit alles wordt zaad,
en logen spreekt,
wie zegt, dat enkel de dood
raasde over de aarde.
Eens, een morgen,
als het doodskleed der sneeuw
versmelt, vervluchtigt
onder den adem der lente
rijzen wel kruisen
op kleine heuvels
vaag in den nevel -
maar dit alles is zaad.
En de eerste leeuwrik
zich zonnewaarts juublend,
looft heilig het leven en
heilig den grond.
Alles is zaad.
Het door nacht verslorpte
wordt goddelijke macht.
En rozen hechten
zich aan de kruisen.
Over de graven
wijken de neevlen,
wijken de tranen...
[p. 54]
Groot wast het weten.
Waarom? Waartoe?
werden ontsluierd;
er rest alleen het
lachend en schreiend
gebed dat te staamlen waagt:
...dit is het Rijk
en de Kracht
en de Heerlijkheid.
Hans Schmidt-Kestner