[p. 57]
Gedicht
Ondoorgrondlijk en groot,
Sterflijken nimmer onthuld,
Is 't geheim des offers
Dat dood en leven omringt.
Of jongren in helle
Geestdrift hun jeugd ontsterft -,
Geslachten bezwijken
In doods-verachtenden strijd -,
Moeders heerlijk het
Vaandel zegenen
Dat het bloed harer zonen dronk -:
Steeds verborgen blijft
Ons het Wezen
Van offer en einde.
Maar diep in ons
Welt gestadig een Weten:
Nimmer vergeefs
Gebeurde het offer,
Want niets is godlijker dan
Liefde gewijd door
Het offer des bloeds voor het
Volk.
[p. 58]
Vuur is offer,
Loutrende gloed van
Reinheid en kracht -,
En hoogste menschlijke
Daad die verzichtbaart het
Doel.
Ziet, op den heuvel, ginds,
Hart van de offerdaad,
Straalt boven nacht en dood
Eeuwig de Graal.
Heinrich Gutberlet