[p. 59]
Kruisen
Duizend kruisen rijen naakt en donker
Op de witte vlakten van Champagne
Boven duizend jonge Duitsche helden,
Die voor 't Vaderland hun leven spilden.
Duizend kruisen, duizenden, ontelbaar,
Boomen eenmaal, bosschen, wijde wouden,
Ruischend onder 't helle blauw des hemels
Tot de bijl beet in de bruine wortels.
Duizend krijgers, duizenden, ontelbaar,
Blonde knapen eenmaal, steile mannen,
Zonen, vaders, goed en boordvol daaddrift
Tot hun roode bloed de aarde kleurde.
Onder 't doode hout van duizend kruisen
Rusten zij als stille krachten, zaden
En hun bloed klimt op door 't lijf der Teekens,
Heilig offerbloed, dat niet kan sterven.
Eens is daar de wonderbare droomnacht,
Midnacht der Genade en Verzoening:
Zware knoppen zwellen uit het kruishout,
En het doode groent allengs van leven.
Twijgen worden, rijk aan blad en bloesem.
Hoog en hooger rekken zich daar stammen.
Door hun kronen vaart een vreemd gefluister,
Groeit tot ruischen, tot een orgelend ruischen ...
[p. 60]
Uit de liefde, die den dood weerstaan heeft,
Uit het heilig bloed der duizend helden,
Bloeien kruisen onder storm en sterren,
Dragen vrucht en strooien hunne zaden
Over 't land in ontelbare harten.
Johannes Linke