[p. 64]
Laat u de slapen...
Laat U de slapen niet
Te licht belauwren!
Gij die geen kommer nog kent,
Noch gevaren verduurde,
Buig Uwe lendenen,
Ruk uit de aarde
De zilveren distel,
Die, doodelijk dor
Den troostenden dauw versmaadt.
Wind tot een kroon U
Den wreedlijk gedoornde
Dat hij kwetse Uw voorhoofd,
Opdat gij leeren zult
Vroolijk te zijn in
De bitterste stonden,
Uw lijden niet schreie.
Laat U de slapen niet
Te licht belauwren!
Hans Baumann