[p. 66]
De fakkelloop
De fakkel gaat van vuist tot vuist -
Als één haar aan den dood ontreet
Omklemt haar straks een andere hand.
De vlammende estafettenloop
IJlt verder...
De tijd verstroomt en niemand vraagt
Hoe lang een man de fakkel voert.
Slechts dat zij rein en lichtend laait
En dat in haar een hart mee brandt
Verlangt men.
Zoo dragen nu ook ik en gij
De fakkel naar het verre wit
En rennend hoeden wij haar vuur.
In 't donker vòòr ons wachten reeds
De andren!
Heinrich Anacker