[p. 82]
Oostmark
Wees sterk, en stil. Gij hebt geen recht, te klagen.
Rijpt niet het werk, terwijl de Führer zwijgt?
Nog is 't geen tijd, het Eenige te wagen,
Dat als een toren aan den droom ontstijgt.
Nog is ons niet het fier geluk gegeven:
Zich te bevrijden door een hooge daad.
Maar is niet rijk-zijn reeds: het leed te leven
En wétend wachten: akker zijn en zaad?
Hij kent het oogst-uur: het gebroed van dwergen
Veegt hij terzijde en hij kroont, wie lijdt.
Boven den val van beul en beulsgezellen
Heft hij de banner der Onsterflijkheid.
Hans Georg Kloepfer