[p. 94]
Jeugd
In ertsen taaflen grift een nieuw geslacht:
‘Laat grijzen zich in hun hecht goed vermeien.
Het ver gerommel raakt hun stilte niet.
Maar knechten zal ik alle jongeren schelden,
Die zeem van woorden op de lippen bedden
Wanneer zij waarlijk van den afgrond reppen. -
'tGeen voos u op de tong ligt, spuw het uit.
Gij zult den dolk in eere-kransen dragen,
Veerkrachtig schrijden naar het dagend Wit.’
Stefan George