[p. 127]
Wij tijgen aldoor...
Wij tijgen aldoor den eenderen gang
Dag op dag,
En de uren zijn leeg en zij lijden zoo lang
Dag op dag,
En de morgen is grauw en de avond weegt zwaar,
Onze rijkdom heet Zorg en wij sleepen haar
Voort, immer voort en zij mint ons maar
Dag op dag.
Een enkele gedachte koesteren wij nog
Dag op dag,
Wij willen niet rusten en moeten het toch
Dag op dag,
En de arbeid wordt waan en de vuren zijn dood
En de schouders krommen zich onder den nood
En toch willen wij slechts ons arm beetje brood
Dag op dag.
Hans-Jürgen Nierentz