[p. 128]
Menetekel
Tranen hebben onze oogen gewasschen.
Hoort, Heeren, hoe het daar dreunt en kraakt!
Van ons alleen komt dit bliksemen en bassen:
Wij, Duitsche boeren, zijn eindlijk ontwaakt!
Wij staan niet stom meer op onze akkers,
Vermoeiden als voor een eeuwigheid:
Wij rijen schouder aan schouder als makkers,
Grijpen in 't wervelend rad van den tijd!
Nu heeft ook de laatste van ons begrepen
Den zwendel, dien gij aan ons bedreeft:
Hoe al uw woorden, hoe fijn ook geslepen,
Met duizend leugens waren doorweefd!
Thans, Heeren, het afscheid, als nimmer blijer...
Maar hoedt u voor onze eeltige hand!
Aanmerkt u: De oude Florian Geyer,
Florian Geyer is weer in het land!
Pidder Lüng