[p. 129]
Gedicht
Of in Maartmaand nog sneeuw op de akkers smelt:
Op uw disch mondt het brood.
Of de oogstzon grassen en bloemen schroeit:
In uw spinde wacht brood.
Of de dood van den herfst waart over het erf:
In uw keuken geurt brood.
Of de vrieswind diep in de gronden bijt:
Op uw palmen ligt brood.
Dagen,
Jaren,
Tot uw laatste uur
Heiligt brood uw huis,
Schoonst Godsgeschenk.
Gij zijt de erfzoon,
Uw blik omvaamt
Het uwe, uw deel, niet uw deel alleen,
Want het is het bloed en het zweet en de tranen
Der vaadren in verre tijden -,
Het is - ùw kinderen
En vèrder en vèrder -,
Het is ùw Volk, dat u boer doet zijn
Tot in eeuwigheid.
Johannes Linke