terug  begin  verderprepost
[p. 17]

De jaren dertig

Een aparte groep kunstenaars in het interbellum interpreteerde het realisme zeer letterlijk. Raoul Hynckes, Dick Ket, Pyke Koch en Charley Toorop, waren de belangrijkste vertegenwoordigers.23

Citroen, de pleitbezorger van de abstracte kunst in Nederland, toonde zich zeer ambivalent tegenover deze realistische stroming. Zijn eigen werk deed hem toen tot de expressionistische modernisten behoren. Enerzijds wees hij de Nieuwe Zakelijkheid af omdat hij daarin een tegenstelling zag met de abstracte kunst. Hij beschouwde de gladde, technisch-naturalistische manier van de nieuw-zakelijke schilderkunst als een vergaande imitatie van de werkelijkheid die in zijn ogen verstarrend werkte. Hij hekelde de Nieuwe Zakelijkheid in artikelen uit 1940, die na de oorlog werden gebundeld in zijn onder het pseudoniem P. Aretino geschreven boek Ontaarde kunst. Anderzijds werd hij ook zoals bijna iedereen aangetrokken door de nieuw-zakelijke stijl. Citroen moet zich in de tweede helft van de jaren dertig verscheurd hebben gevoeld.

Citroen had in 1914 en in mindere mate in 1924 dezelfde tweestrijd doorgemaakt. Er ontstond een opvallend contrast tussen de publicist en docent die de visie van het modernisme overtuigend uitdroeg en de beeldend kunstenaar die in zijn eigen werk slechts weinig kenmerken hiervan liet zien.



illustratie
Portrettekening door Paul Citroen uit 1924.

[p. 18]


illustratie
Paul Citroen, Portret van Menno ter Braak, voorstudie, 1939. (Collectie Hannema-de Stuers Fundatie, Heino.)



illustratie
Paul Citroen, Portret van Menno ter Braak, voorstudie, siberisch krijt, 63,5×47,5 cm, 1939. (Collectie Letterkundig Museum, Den Haag.)



illustratie
Paul Citroen, Portret van Menno ter Braak, voorstudie, siberisch krijt, 75×50,5 cm, 1939. (Collectie Haags Gemeentemuseum, Den Haag.)



illustratie
Paul Citroen, Portret van Menno ter Braak, olieverf, 93×76 cm, 1939. (Collectie Letterkundig Museum, Den Haag).

23De doorbraak van de moderne kunst in Nederland. De jaren 1945-1951, (ed. Willemijn Stokvis [et al.]), Amsterdam 1984, p. 11-36; A.M. Hammacher, Stromingen en persoonlijkheden. Schets van een halve eeuw schilderkunst in Nederland 1900-1950, Amsterdam 1955, p. 134-144.
prepostterug  begin  verder