terug  begin  verderprepost

Verantwoording

De Hollandsche Spectator werd gedrukt en uitgegeven bij Hermanus Uytwerf te Amsterdam. In totaal verschenen 360 nummers, van 20 augustus 1731 tot 8 april 1735;

[p. XI]

aanvankelijk eenmaal per week op maandag, sinds 31 december 1731 (nr. 20) tweemaal 's weeks op maandag en vrijdag. Elke aflevering telde 8 pagina's en kostte 1½ stuiver. Tot boekdeel van 30 nummers gebundeld bedroeg de prijs 30 in plaats van 45 stuivers, terwijl de complete reeks van 12 delen + registers nadien voor ƒ15,- verkrijgbaar werd gesteld.

De drukgeschiedenis van De Hollandsche Spectator blijkt aanzienlijk gecompliceerder dan tot dusver stilzwijgend werd aangenomen. Hoè gecompliceerd is omstandig beschreven door B. van Selm. Deze heeft aangetoond, dat van de eerste 211 afleveringen + voorrede minstens twee edities bestaan, door hem aangeduid als A en B. Zij verschillen onder meer op de volgende punten:

editie A

-heeft aan het eind van elk nummer regelmatig de zogenaamde stok of lijst van verkoopadressen;
-heeft aan het slot van nr. 19 en nr. 20 een ‘Bekentmaking’ dat De Hollandsche Spectator voortaan tweemaal per week zal verschijnen;
-heeft een regelmatige datering van de afleveringen, ook in dl. I;
-bevat een ‘swash-achtig’ type cursief met gekrulde z en k.

editie B (nadruk van A in een ander zetsel)

-heeft slechts zelden de stok, namelijk in nr. 3, 4, 61 en 63;
-mist de ‘Bekentmaking’ van A;
-heeft foutieve dateringen van nr. 15 (26 oktober 1731 in plaats van 26 november 1731), nr. 16 (12 november 1731 in plaats van 3 december 1731) en nr. 18 (17 oktober 1731 in plaats van 17 december 1731);
-bevat een ander soort cursief.
[p. XII]

Na nr. 211 alle nummers gedrukt van hetzelfde zetsel.

Van De Hollandsche Spectator zijn betrekkelijk veel exemplaren overgeleverd, hetgeen een onderzoek naar de drukgeschiedenis met behulp van een collatie-machine tijdrovend en kostbaar maakt. Daarom moest voor deze fotografische herdruk van het eerste deel van De Hollandsche Spectator een willekeurig exemplaar worden gekozen van de editie A (die blijkens het bovenstaande de meeste autoriteit verdient). Het is het exemplaar van de UB Leiden dat geplaatst is in de bibliotheek van de vakgroep Nederlandse taal- en letterkunde (signatuur: Depot Mod. Ned.). De collatie luidt: 80: x4 A-Z, Aa-Gg4, 124 folia. Een lijst van zetfouten, zoals in andere delen van de FELL-reeks is opgenomen, ontbreekt hier, aangezien immers geen systematische exemplaarvergelijking heeft plaatsgevonden.

Toegevoegd zijn: een overzicht van de inhoud en een personenregister. Voorts een bibliografie van de voornaamste geschriften over Justus van Effen en een zeer beknopte literatuuropgave over het spectatoriale genre in het algemeen - deze laatste beoogt slechts het geven van een summiere introductie.

 

Nijmegen, november 1983

 

P.J. Buijnsters

prepostterug  begin  verder