terug  begin  verderprepost
[p. XIII]

Overzicht van de inhoud

Nr. 1:inleiding; voorgangers van de H.S.
Nr. 2:persiflage van de Puristen of Taal-zuiveraars, speciaal van hun gewoonte om allerlei koppel-woorden (jufferdom, dichterdom etc.) te smeden; over het opsnyen (voordragen) van verzen.
Nr. 3:beschrijving van een bijeenkomst, waar enkele ‘dichtgeesten’ hun bombastische produkten reciteren.
Nr. 4:veroordeling van harddraverijen; vervolg in nr. 7, 10, 52, 323.
Nr. 5:grondregel der taal ‘bestaat in verstaanbaarheid’; zolang die niet in gevaar komt, is elk purisme uit den boze; vervolg in nr. 16.
Nr. 6:beroep op mededogentheid met de in Nederland woonachtige joden.
Nr. 7:zie onder nr. 4.
Nr. 8:waarom uitgeweken Hugenoten hier te lande ‘al wat mogelyk is doen om Franschen te zyn en te blyven’; kloekmoedigheid van het Nederlandse volk.
Nr. 9:bespottelijke gewoonte van de Hollandse burger om, in volle vredestijd, een degen te dragen.
Nr. 10:over de stijl van de H.S.; de schryver stelt zichzelf voor als ‘een wezentlijk goed Protestant’; vervolg van de vertogen tegen de harddraverij.
Nr. 11:dwingelandij der Amsterdamse vrouwen tegen hun man; diezelfde moeders verwennen echter hun kleine kinderen schromelijk.
Nr. 12:brief over twee troepen Franse komedianten in Den Haag, resp. in de Casuaristraat en in het Voorhout.
Nr. 13:onze natie in intellectueel opzicht niet de minde-
[p. XIV]
re van andere volken.
Nr. 14:over galanterie; wat een Coquette is.
Nr. 15:samenspraak tussen Aristus en kamenier Betje over haar coquette meesteres; bewerkt naar een (Frans?) blijspel.
Nr. 16:zie onder nr. 5.
Nr. 17:over ‘den pligt van vrouwen van rang en geboorte omtrent huizelyke bezigheden’.
Nr. 18:sommige vrouwen gaan al te zeer op in hun huishouden.
Nr. 19:gedrag van de studenten op onze hogescholen, speciaal van de wittebroodskinderen (rijkeluiszoontjes).
Nr. 20:middelen om het rendement van de universitaire studie te vergroten; advies om jonge studenten een goeverneur mee te geven.
Nr. 21:brief over taalpurisme beantwoord; gedicht van Jaap de Molenaar.
Nr. 22:wapenoefeningen van de Amsterdamse burgerij verdedigd.
Nr. 23:diverse brieven beantwoord, o.a. over het psalm-gezang.
Nr. 24:over het dichterschap; ‘Wel denken, is de bron en oorsprong van wel schryven’.
Nr. 25:spilzucht gehekeld; pleidooi voor de oprichting van een tehuis voor bejaarde hulpbehoevende letterkundigen.
Nr. 26:wat beschaafdheid is; beschaafdheid niet afhankelijk van de landaard maar van de rede; vervolg in nr. 30.
Nr. 27:schouwburgsituatie in Nederland.
Nr. 28:over de toneelacteurs.
Nr. 29:bespottelijke titulatuur ook onder de gemene man, n.a.v. The Guardian, nr. 87, waar verhaald wordt hoe lakeien elkaar met de titel van hun heer aanspreken.
[p. XV]
Nr. 30:zie onder nr. 26.
prepostterug  begin  verder