WAnneer ik in een myner voorige vertoogen, myn gevoelen heb getracht uit te drukken, omtrent fynheid en ware Godsvrugt,2 heb ik geoordeelt, uit eene op reden gegronde liefde voor myn evenmensch staande te moeten houden, dat fynen zonder rechtschape deugd, en die wat het wezentlyke aangaat de gemeene slender van de grootste menigte volgen, door de bank niet verdienen als huichelaars uitgekreeten te worden, die, door den dekmantel van eene uiterlyke godsdienst, hare booze aanslagen tegens hun evenmensch maar zoeken te verschuilen, en te beveiligen, en aldus baarblykelyk tonen, dat ze 't Opperwezen of inwendig verloochenen, of met eene onbegrypelyke baldadigheid durven trotzeeren. Zo eene verfoeijelyke ziels gestalte kan niet alleen de fynen, ontbloot van opregte deugdzaamheid, niet aangewreven worden, hoewel men bevind dat hun gedrag aandagtiglyk ingezien zynde nergens in dat der waereldlingen overtreft, maar zelfs niet zonder roekeloosheid onderstelt worden, in zommigen uit die bende, die aan de zwaarste en aanstotelykste misdaden zich schuldig maken. De Reden daar van is van de uiterste klaarheid; vermids het zeker [98] is dat ware Heiligen, en zelfs heiligen van de eerste rang in de gruwelykste euveldaden vervallen zyn, zonder daar door het wezentlyk character van deugd en Godvrugt te verliezen. Om niet te spreeken van een der waerdigste Apostelen, die zo verre zyn pligt vergeeten heeft, dat hy zyn Heiland heeft kunnen verloochenen; wat grooter euveldaad verdien-
de ooit in de Historien gebrandmerkt te worden als het overspel van David den man naar Gods hart, en de daar op gevolgde moord, begaan aan eenen zyner getrouwste en yverigste onderdanen. Dog om omtrent zo een netelig onderwerp recht te redeneren, moet nauwkeuriglyk onderzogt worden, of dusdanige verfoeyelyke feiten de uitwerkingen zyn van een boosaardig overleg, of van eene overrompelde zwakheid. De oorzaak van dien Grooten Konings val was de schielyke indruk van eene schoone Vrouw op zyn vurig gemoed, waar van de ongemeene driftigheid door zyne gehele levensloop doorstraalt; Had hy in 't begin kragts genoeg aangewend om zyne oogen en aandagt van 't betoverende voorwerp af te rukken, en zyn hart met godvrugtige gedagten vervult, hy zoude buiten twyffel die passie vermeestert hebben; Maar zo dra hy voor dezelve zyn ziel had geopent, was hy de bezitting en de eigendom van zig zelf kwyt, en 't was om zo te spreeken niet de Koning van Juda, maar zyne zegenpralende hartstogt, die 't heilig regt des huwelyks op 't schendigste verbrak. Men zal egter zeggen, dat zo oit een schelmstuk met voorbedagten raad overlegt wierd, het zekerlyk de doodslag aan den braven Uria begaan is geweest, en dat ten minste zo een verfoeilyk bestek met de ware heiligheid onmooglyk kan bestaan; Dog hier omtrent moet aangemerkt worden, dat 't geen van een bestoken gru[99]weldaad gezegt is, alleenlyk moet toegepast worden op eene eerste misdaad, waar aan 't hart in koelen bloede, en met eene zekere vergenoeging en verlustiging in ondeugd, zig schuldig maakt, en niet op eene tweede, die in de overwonne en zig zelf ontvreemde ziel, door d'eerste als met een onweerstaanbaar geweld na zig word gesleept, en niet zelden de eerste schennis tot een onmydelyke kastyding strekt; vermids het zeker is dat de Opperregter der waereld dikwils niet alleen de moedwilligheid maar ook de onbedagtzaamheid van een zonde straft, met toe te laten dat de schuldige aan zyne verdorvenheid overgegeven, met een zekere noodwendigheid, in zwaarder en zwaarder stort; 't Is derhalven een teken van gebrek van hartenkennis, of wel van eene onmenschelyke roekeloosheid een zogenaamde fyne, niet alleen wegens huichelary, maar zelfs wegens schyndeugt te veroordeelen, wanneer hy in overspel, in doodslag, in bloedschande, met een woord in de afgryselykste misdaden vervalt die evenmatig kunnen zyn met de kragt van de hartstogt, die hem daar toe vervoert. Schoon in zo een geval 't gewelt van zyn driften hem geenzins van schuld vry spreekt, blykt het egter zonneklaar, uit het gezegde, dat zyn euveldaad in hem geen bewys is van godloosheid, en met de ware hei-
ligheid kan bestaan.
't Eenigste dat eene wel beredeneerde billykheid, om wegens zo een droevig voorwerp geen onbezonne oordeel te vellen, moet onderzoeken, is, of zo eene groove zonde strydig is met de gewone en doorgaande gesteltenisse van een ziel, of wel, of dezelve uit eene zondige hebbelykheid voortkomt, en als een schakel van eene gansche keten van ondeugden moet aangezien worden; of zo een schuldig hart onverhoeds overvallen en zig zelven ont[100]rukt word, of wel, of het zig eene gewoonte maakt van met moedwil de zonde als de ordinare bronader van zyn vermaak, te zoeken, en na te speuren. Ik durf zelfs in dit geval beweeren, dat dit laatste slag van booswigten gedurig bezig met hunne zwakste driften te voldoen, minder gevaar lopen van zig aan de gruwelykste fouten te vergrypen, als Godvrugtige luiden, die van de betragting hunner pligten hun gewoon werk maken, die zonder ophouden hunne hartstogten in haar loop stuiten, maar die eens door de zelven verrascht door haar ganschelyk overstroomt en weggesleept worden. De eersten zyn te vergelyken by een dor land, dat aan 't water een vryen toegang geeft, en daar door van deszelfs woede weinig heeft te lyden, de anderen aan eene vrugtbare bedykte grond, die door eene geweldige en onverwagte breuk van zyne beschutting, door de aangedreeve stroom vermeestert word, en al zyn cieraad en vrugten voor een tyd verliest. 't Gezegde strekke tot eene heilzame inleiding aan het volgend verhaal, 't welk waaragtig is, (want, van iets diergelyks te versieren, zou ik conscientie-werk maken); Maar daar is zorg gedragen, om het zo wel te vermommen, dat het onmooglyk is 't zelve te ontmaskeren.