
Zuid-Limburg is zeker de meest uitheems aandoende streek van Nederland, een dichtbevolkt gebied, waar de bebouwing beslist niet overal even gelukkig is, een streek die nogal rommelig aandoet en eigenlijk niet eens vriendelijk, al wordt dat altijd van het landschap gezegd, waar heel wat schoonheidselementen ontbreken en waarheen men niet moet gaan als het u primair om bos of hei of water te doen is. Tot de positieve aspecten behoren natuurlijk de golvingen en panorama's: ze vormen de sterkste troeven van het gebied en ze domineren het landschap zó, dat de meeste reizigers de negatieve factoren in het geheel niet bemerken. Maar de eigen geaardheid van de streek ligt bovendien ook hierin, dat na elke paar honderd meter (en anders dan bijvoorbeeld op de Veluwe het geval is) een totaal ander beeld op het netvlies wordt geprojecteerd. Door een speelsheid en openheid, een licht golvend ritme zonder zware accenten en door een haast filmisch karakter onderscheidt de streek zich ook van een echt berggebied. De kruisbeelden langs de wegen, de kastelen en de grotten en de karakteristieke boerderijen bepalen mede het eigen karakter van Zuid-Limburg en in het oostelijk deel doen dat ook de mijnen, waarover straks. Wanneer u een dagje Zuid-Limburg programmeert, geschikt en pret-
tig voor het hele gezin, is het wel zaak om tevoren goed vast te stellen wát u wilt doen en zien en daarom zal ik de diverse mogelijkheden in rubrieken indelen, zonder volledig te willen zijn. Wie een autotoer wil maken, kan de zogenaamde Mergellandroute volgen, die de anwb heeft uitgezet en bewegwijzerd met zeshoekige bordjes. Ze is honderdvijfentwintig kilometer lang en kan overal begonnen en beëindigd worden. Een folder met kaartje ervan is op alle anwb-kantoren verkrijgbaar. De mooiste van de toeristische anwb-routes vind ik de Mergellandroute níét. De natuur is door het projecteren van de route hier en daar geweld aangedaan en komt elders niet geheel tot haar recht. U kunt ook de Vierseizoenenrit volgen, waarvan u de beschrijving krijgt bij onder andere de Maastrichtse vvv. Maakt u een van deze tochten tot het stramien van de dag, dan kunt u het meeste van het navolgende zien, maar maak wél een keuze.
Wie wil wandelen, moet zich beslist voorzien van de anwb-uitgave ‘Per auto en te voet’, deel III, waarin wandelingen staan van een uur of iets langer en wel bij Camerig, Epen, Sint-Geertruid, Geulle, Gulpen, Maastricht, Noorbeek, Oud-Valkenburg, Slenaken, Sweikhuizen, Vaals, Valkenburg, Vijlen en Wijlre. Zelden hebben we meer genoten van ons dagje Zuid-Limburg dan bij de wandelingen Slenaken (vier kilometer) en Gulpen (drie kilometer) uit dat boekje. Iets heel anders zijn de wandelingen door het Savelsbos bij Sint-Geertruid: in augustus op woensdag-, zaterdag- en zondagmiddag onder geleide en met uitleg (vertrek Moerslag 14), op andere tijden zonder geleide, maar het speciaal uitgezette natuurpad (met verklaringen op bordjes aan bomen en struiken) volgend.
Plaatsen en landschappen die door de Mergellandroute niet worden aangedaan, maar waarvoor ik een bijzonder plekje in mijn hart heb, zijn Oirsbeek, Merkelbeek, Waubach en zeker ook Rimburg in het dal van de Worm, steeds met de ruime omgeving ervan. Wanneer u in deze contreien gaat rondtoeren, ontmoet u het Limburg-op-het-tweedegezicht en zult u bemerken dat Limburg zijn verrassingen in petto houdt voor wie van de platgereden routes wil afwijken. Ondoenlijk is het om u de mooiste panorama's te noemen. De Vaalserberg is een kermis geworden en de ontelbare auto's, bussen en mensen rond de souvenir- en andere tentjes bewijzen dat het de meeste toeristen volstrekt niet om mooie plekjes te doen is, maar om heel wat anders. Tientallen andere punten in het Zuidlimburgse zijn landschappelijk veel mooier, maar er is daar geen mens te zien, omdat er geen tentjes staan en de busondernemingen er geen kans zien om hun commerciële belangen te realiseren. Ik stimuleer u beslist niet om naar die andere plekjes te gaan kijken (de uitzichtpunten bij Geulle, bij Sweikhuizen, vanaf de Ubachberg enzovoort), want concentratie der at-
tractiepunten is beslist geen bezwaar en de enige mogelijkheid om de rest van het landschap gaaf te houden. Wel zeg ik: weest u vooral eerlijk tegenover uzelf, ga naar de Vaalserberg als u van drukte en gezelligheid houdt en blijf er vandaan als u tot degenen behoort die werkelijk rust en schoonheid zoeken.
Voor de musea zult u geen dagtrip naar Zuid-Limburg maken, maar het Afrikacentrum in Cadier en Keer, het museum Beckers in Beek (archeologie), het museum in kasteel Ehrenstein in Kerkrade (historie), het geologisch bureau in Heerlen (fossielen), zeker ook het natuurhistorisch museum Bosquetplein in Maastricht (tuin met alle Limburgse planten) en mogelijk ook het brouwerijmuseum in de herberg 't Knijpke in de Sint-Bernardusstraat in Maastricht, wilt u misschien toch noteren. Wilt u één kasteel op uw program zetten, neem dan dat van Hoensbroek, het doornroosje tussen de steenkool en de residentie van de dichter Bertus Aafjes, of dat van Neercanne, waar u meteen goed, maar niet goedkoop kunt maaltijden. Vertrektijden van boottrips over de Maas geeft u de vvv Maastricht, telefoon 12814. Grotten? Neem die van de Sint-Pietersberg, kweekplaatsen ook van cichorei en champignons en kraamkamers van vleermuizen.
Wat speciaal voor de kinderen leuk is, kunt u uit het bovenstaande wel opdiepen. Ik voeg er nog aan toe het ontspanningsoord Steinerbos bij Geleen, het ontspanningsoord Schutterspark (met kabelbaan enzovoort) in Brunssum en de botanische tuin in Terwinselen en zou juist terwille van de kinderen naar Valkenburg gaan, vanwege de gemeentegrot, de fluwelen grot, de catacomben, de modelsteenkolenmijn (overigens irreële kitsch), stoeltjeslift, skelterbaan, dierenpark, aquarium, ruimtevaartstation (de grot ernaast kunt u beter overslaan), miniatuurtrein, sprookjesbos, natuurbad met zweefbaan enzovoort. Dit Valkenburg is wel het schoolvoorbeeld van een politiek, waarbij men de natuur wil ontsluiten en daarmee iets heel anders bereikt dan het beoogde doel. Voor veel toeristen hier is vakantie niets anders dan janplezieren met hoedjes en volmaakt onnodige bergstokken, waarbij de schoonheid van het Limburgse land slechts excuus is voor de reis, zelfbedrog ook, rechtvaardiging van de zijde van reisbureaus bovendien, maar het motief is gelegen in het samenzijn met heel veel anderen. Begrijp me weer goed: Valkenburg is het uitgelezen oord voor wie drukte en attracties zoekt en kermis, maar waar men zich niet moet wijsmaken of wijs laten maken dat men er heen gaat terwille van de schoonheid van het Zuidlimburgse land. Wie dat wil zien - maar ieder is baas over zijn eigen reisbehoefte en hoe meer toeristen de sfeer van Valkenburg wél waarderen, hoe beter het voor Zuid-Limburg in zijn gehéél is - gaat liever naar Geulle, bij Bunde, waar nu juist alle attracties worden geweerd.
Natuurlijk hoort bij een dagje Zuid-Limburg de meest buitenlands aandoende stad van ons land, Maastricht, waar de hoge leien daken aan de Markt een apart karakter geven, maar die Markt nog niets is vergeleken met het nabije Vrijthof, het enige plein van Nederland. En zelfs daar toont Maastricht nog niet zijn werkelijk gezicht, dat gebeurt veel meer nog in héél de buurt rond de Onze-Lieve-Vrouwekerk, het enige voorbeeld in ons land van een vestingkerk, en daarbij dan de Heksenhoek, het huis op de Jeker, de walmuur, de waterpoort de Reek, de Helpoort, de poort Waarachtig met de bastions, het pater-Vincktorentje: hier heeft Maastricht een oereigen gezicht, onvergelijkbaar met dat van welke andere Nederlandse stad ook.
Onze-Lieve-Vrouwekerk en Sint-Servaaskerk zijn kerken, die velen op hun program zetten. Maar dat kunt u ook doen met de basiliek van Meerssen en de Sint-Josefkerk van Charles Eyck; in de buurtschap Groot Genhout de kerk van Boosten met schilderingen van Charles Eyck en ramen van Henri Jonas en Joep Nicolas; en in Bleijerheide de Maria-Gorettikerk van Fanschamps met zéér bijzonder exterieur. En als contrast beziet u dan in Rolduc een der mooiste romaanse kerken van ons land met beroemde crypte. Daar ook ziet u meteen iets van de mijnstreek, een onoverzichtelijk gebied met stortheuvels, schachtbokken, lange straten, nieuwe flats, plukjes groen en park en ‘twintig voorsteden op zoek naar een city’. Maar om een indruk van de mijnstreek te krijgen moet u zeker ook terzijde van Geleen (de Limburgse metropool in wording) langs de mijn Maurits rijden - hóógst interessant voor vaders en zoons - waarvan het ondergrondse oppervlak groter is dan het oppervlak van heel Amsterdam.