terug  begin  verderprepost
[p. 78]



illustratie

12 Een dagje Nijmegen en omgeving

Nijmegen, de oudste stad van Nederland (Dordrecht is dat hóógstens van Holland), was al een centrum van Romeinse en christelijke beschaving toen de overige Nederlanders nog in dierevellen rondliepen en in Amsterdam alleen maar kikkers rondsprongen. En Nijmegen moet altijd in dit historische licht worden bezien, ook al drukt de grandioze uitbouw van na 1880 (brede singels en uitvalswegen) en nóg meer het moderne karakter van na 1945 in sterker mate het karakter van de stad uit. Op heuvels zijn de binnenstad en de tuinwijken gebouwd en nauwe straatjes lopen naar beneden, naar de Waaloever. Aan deze Waal scheiden zich noord en zuid, veel markanter dan bij de Moerdijk het geval is. Aan gene zijde ligt Arnhem, nog zuiver een noordelijke stad, statiger dan Nijmegen, deftiger, stijver, Haagser, aristocratischer. Aan deze zijde ligt Nijmegen, duidelijk een zuidelijke stad (zij het niet zozeer Vlaams dan wel Rijnlands), bonter, speelser, losser en joyeuzer dan Arnhem, gezellig en toch voornaam, knap bovendien, ook in de zin waarin een vrouw knap kan zijn.

Een dagje Nijmegen en omgeving zouden we als volgt indelen, beginnend met Nijmegen zelf. De Waalbrug is altijd even mooi en als typisch Nederlandse ouders zouden we de gelegenheid aangrijpen om

[p. 79]

aan de kinderen wat geschiedenis weg te geven: bij het monument voor Jan van Hoof over 1944, bij het beeld van keizer Trajanus over de Romeinen en de nederzetting Noviomagus, en bij het nabije Valkhof over Karel de Grote en Claudius Civilis, die ‘hier knarsetandend stond’ en dus niet zoals wij gelet zal hebben op het heel mooie panorama, dat overigens van de Belvédèretoren daar in de verte nog mooier is. Van het Valkhof de Burchtstraat ingaande, vertellen we bij het stadhuis dat er in 1678 de vrede van Nijmegen werd gesloten, maar zonder dat we ons precies herinneren wat dat ook weer was, terwijl de oudste zeker een foto zal nemen van dit hoogst fotogenieke bouwwerk, even fleurig en speels als het Waaggebouw op de Markt, waar we kort daarop arriveren. En daar laten we de kinderen de kerktoren beklimmen en zien ze op de hoek Burchtstraat-Broerstraat de blauwe steen waarop vroeger de straffen werden voltrokken. Mijn vrouw zou dan beslist de moderne winkels gaan bekijken, ik zou eerst nog afdalen naar de smalle straatjes aan de Waal, de te saneren ‘kasba’ van Nijmegen, en er aan de Waalpromenade het Groene Balkon ontdekken, maar daarna zou ik óók winkels gaan bekijken.

Daarna met zijn allen naar de Goffert, het tachtig hectare grote stadspark met vogelvijver, bijenstal, siertuinen, plasvijvers met strand, speeltuin, kinderboerderij en ga zo maar door. Dan de weg naar Groesbeek op en naar de Heilig-Landstichting, een bijbels openluchtmuseum met een natuurgetrouwe weergave van de omgeving en de sfeer waarin Christus leefde, maar wel zó vermoeiend, dat we misschien het nabije en interessante Afrikamuseum zouden preferen om daar kennis te maken met negerculturen en een compleet negerdorp. Vader pakt daarna de kaart en noteert daarop als landschappelijk héél mooie wegen: de Zevenheuvelenweg tussen Berg en Dal en Groesbeek, de panoramarijke weg tussen Ubbergen en Beek, de weg tussen Beek en Wyler en die tussen Wyler en Groesbeek. Omdat die kaart het blad Brabant-Oost (inderdaad ja) van de anwb zou zijn, schaal 1:100.000, zouden die vier wegen direct te vinden zijn. Deze wegen berijdend en ervan genietend, zouden we tevens het zwembad Wylermeer kunnen bezoeken, de speeltuinen in Berg en Dal (maar de uitzichten niet vergeten), en de uitzichttoren op de Sterrenberg in Beek.

Zuidwaarts nu, de weg richting Venlo op en zo naar Malden, want iedereen heeft het al zo vaak gehad over die moderne kerk in dit plaatsje, dat wij ze ook gezien willen hebben. Een enkele druk op het gaspedaal zou ons brengen aan de Plasmolen met natuurbad en speelvijver. En daar zou ik me herinneren, dat in het anwb-boekje ‘Per auto en te voet’, deel III, een pracht van een wandeling in dit gebied haarfijn staat beschreven. De deeltjes van dit boekje liggen natuurlijk altijd in de auto. Allemaal uitstappen dus, de kinderen de tekst laten

[p. 80]

lezen en laten vóórwandelen en dan die wandeltrip maken, zó heerlijk en zó gezond, dat we er de hele winter nog aan terug zullen denken. Hierna even rusten aan de Hatertse vennen en zo weer naar Nijmegen terug om er vanaf de Waalkade de bootocht te maken naar de Sprokkelenburg, tot genoegen wederom van héél het gezin. Wanneer de bootjes vertrekken, hebben we de dag vóór de Nijmegentrip al gevraagd bij de Nijmegense vvv, Stationsplein 10, telefoon 24520, die ook de openingstijden van Afrikamuseum en Heilig-Landstichting vertelde, zodat we tevoren een sluitend dagprogram konden samenstellen.

Wel een erg lange dag, zoals we zouden merken, zoals u hier al lang hebt begrepen, maar u selecteert natuurlijk uit alles wat ik hier noem. Maar we zijn er nog niet, want we willen de vijfendertig kilometer lange Insularoute nog rijden: Nijmegen-Bemmel-Haalderen. Hier rechts door de Ambachtstraat langs de pottenbakkerij naar de dijk; over de Waaldijk (niet de grote weg) linksaf naar Gendt. Hierna loopt de dijk uit op de Rijndijk. Hier rechtsaf tot achter het fort, naar het punt waar Rijn en Waal zich splitsen. Daarna terug en nu rechtuit blijven rijden tot wegwijzer 3891, alwaar links naar Doornenburg, over de Angerensedijk naar Angeren. Hier naar Arnhem of over Bemmel naar Nijmegen terug. En we zouden deze tocht, zo genoemd naar het insula Batavorum, rijden vanwege het navolgende.

Vanwege het ponydorp Bemmel (ponymarkt tweede maandag van augustus) en vanwege het kerkje van Haalderen, vanwege het werkelijk indrukwekkend kasteel Doornenburg, dat ook van binnen te bezichtigen is. En vanwege de overal aanwezige rivierpanorama's. Maar zeker ook vanwege de al genoemde Rijn-Waal-splitsing. Nee, het is hier geen Schaffhausen, verwacht er geen stroomversnellingen. Behalve een baken in de uiterwaard staat er niets of niemand naar te kijken, maar als Nederlander móét men dit minstens éénmaal gezien hebben, nietwaar? Dit feit dat in alle schoolboekjes staat vermeld. Duidelijk ziet u dat de Waal veel meer water meevoert dan de Rijn: tweederde van het totaal. En aan de Angerensedijk, die ik hierboven bij de routebeschrijving al noemde, bent u op de plek waar de eerste Batavier destijds uit zijn holle boomstam stapte om onze voorvader te worden. Het kàn natuurlijk ook twee- of driehonderd meter verder geweest zijn.

U ziet: mogelijkheden genoeg voor een gezinsdagje Nijmegen en omgeving. En als u de tijd hebt, rijd dan naar uw bestemming via een originele heenreisroute: Tiel-pontveer Wamel, even richting Nijmegen en dan bij wegwijzer 5493 linksaf naar Beneden-Leeuwen; hier rechtuit tot de Waaldijk en daaroven rechts naar Druten. Hier enkele kilometers de grote weg naar Nijmegen, dan bij wegwijzer 277 rechtsaf en over Bergharen, Hernen en Leur en Wijchen en zo naar Nijmegen.

[p. 81]

En waaróm ik u deze heenreis voorstel, merkt u wel onderweg aan de rivierpanorama's en aan het heuvelend land rond Bergharen, waarvan bepaalde gedeelten nationaal wetenschappelijk natuurgebied zijn.

prepostterug  begin  verder