
Gelyk de Liefde alles in weezen houd, heerst hy ook
over alles, als wy in het voorgaande reets ten dee-
len gezegt hebben. De vier goden Jupiter, Neptu-
nus Mars en Pluto die hier zyne zegenwagen trek-
ken beteekenen ('t zy men door haar de vier hoofd-
stoffen verstaat ofte iets anders) dat hy over alles zegepraalt
Ovidius spreekt de Liefde dus aan Amor: lib. 1. eleg. 2.
Francesco Petrarca beschryft de zegen-praaling der Liefde
wytloopiger in zyn Trionfo d'Amore en brengt in de zelve
nevens de goden ook alle de voornaamste des waerelds die
ooit verlieft zyn geweest, en nu deeze zege verheerlyken,
ten laatsten die van Liefden hebben gezongen, tot dat hy
mede, getroffen door zyne Laura, gedwongen is de staty
te volgen. By Torquato Tasso zegt de Liefde van zig zel-
ven: dat hy is
doet hem zeggen
By Marini Adone Cant: 1 stanz: 17. wanneer Venus haar zoon
geesselde, beefde de poolen, schudde het firmament en de
Hemel beweegde zig meer uit vrees voor de Liefde die een
kind is als voor de reusen
Zy zingt der halven niet zonder rede in le Triomphe de l'A-
mour.
En indien men de verzieringen der oude digteren doorloopt
men zal bevinden dat zy de Liefde altyd de grootste magt heb-
ben toegeschreeven; Hy dwong Bos-en Water-Goden, Zee-
Goden, ja zelv Hel en Hemel de sterren waaren meest door
zyn toedoen in 't firmament gekomen, 't geen Petrus Fran-
cius volmaakt ergens in zyne Poesie beschryft (vide ejus elegi-
am ad somnum, quae est 3. lib. 3. edition: 1697.) in 't kort de
Liefde was, (gelyk ik over het eerste zinnebeeld reets gezegt
heb) over al oorzaak en meester van. Dog niet alleen dit,
Hy zegepraalt ook van alle harts-togten, over zede, over
pligt, ja over de Dood zelve, die nogtans den ondergang
van alles is. Wat de Rede voor eerst belangt, die men ge-
meenlyk Dood-viand van de Liefde noemt: La Raison &
l'Amour sont ennemis jurez, zegt P: Corneille in zyn vefve, het
is zeker dat zy moet voor de Liefde buigen, en schoon le
Boulanger in zyn Morale Galante de Liefde redelyk wil maaken,
behalven dat hy zig zelve tegenspreekt in zyne 98 reflexion
sur l'Amour, meen ik nogtans dat hy eer de Rede verlieft dan
de Liefde redelyk maakt, gelyk Le Pays in zyn Dialogue de
l'Amour & de la Raison, (voyez ses Amities, Amours & Amou-
rettes, lettr. 23.) en derhalven kan ik ook niet geheel toe-
stemmen, dat de Liefde en Rede geenzints te zaamen kun-
nen bestaan, gelyk Quinault in zyn Fantosme Amoureux
Veel beter doet hy Astrate zeggen
Namentlyk dat de Rede, wanneer het hart zig door een
Liefde, die met de Rede niet overeenkomt, laat bekooren,
zig daar wel in 't begin
tegenstelt, maar door de zoetheid van
de Liefde zig ook laat bekooren en duz zomtyds het hart nog
wel tegenspreekt, maar door de
aanlokkelykheden van de
Liefde in de grond mede stemt, gelyk ik het in een brief aan
Phillis, hier agter onder de aanmerkingen op het 16. Zinne-
beeld gebragt, heb beschreeven: maar het is zeker wanneer
de Rede te veel van de Liefde verscheelt dat zy dan zoo wel
als de Pligt en Fierheid moet wyken, de Liefde ziet dan
niets aan en het geen hy mogelyk ongedwonge zou gedaan
hebben, wil hy niet doen wanneer het de naam van pligt
heeft, enkel om hier door niet van zyne oppermagt te ver-
minderen: dus verklaart Elise dat zy Agenor niet bemint, alleen
om dat zy hem moest beminnen, Astrate Act: 2. scen: 1.
En dit is ook enkel de rede waarom Clodamantes by den zelven
Quinault, twyffelt of Thomiris hem bemint:
Dus tragt Odatirsus, Thomiris ook 't overtuigen in 't zelve stuk
(Act: 1. scen: 5.)
Dit laatste behaagt my nog booven al het ander, om dat de
eigenschappen van de Liefde hier nog wel het beste in worden
vertoont; hoe hy het hart inneemt zomtyds zonder dat men
weet waar mede, en hoe de Rede in plaats van de pligt te
onder steunen de Liefde medevalt: men voelt de eerste be-
weegingen der Liefde men voelt de Rede hier in 't begin te-
gen-worstelen, de pligt stelt zig hier ook tegen, dog het be-
minde voorwerp leevert zoo veel aantrekkelykheden uit dat
men eindelyk, zig overgeeft, en zegt:
Waarlyk wanneer het zoo ver is kan de fierheid weinig baa-
ten, ja zy zet zelv de Liefde aan
Derhalven klaagt'er Amphitrite met reden over; dans le Triom-
phe de l'Amour 5 Entree.
't Is waar d'Eerbaarheid vermag dikmaal nog zoo veel dat
zy de daad belet, hoewel zy hier om de Liefde niet verdooft:
op deeze wyze spreekt Amarillis: Pastor Fido Att: 3. scen: 4.
Dog met wat moeite dit ook geschiet laat ik die geene her-
denken, die het ondervonden hebben, want ik meen dat het
anders niet wel ter deeg te begrypen is. Boven alle deeze
voorverhaalde heeft de Liefde nog sterker vianden, die meer
tegenstand kunnen bieden, en evenwel de Liefde niet kun-
nen overwinnen; hier van is geenzints de Veragting de min-
ste, hoe tegenstrydig is zy aan de Liefde! want gelyk een
onderlinge wederliefde het volmaakste is om twee harten te
vereenigen en het vuur der Liefde te onderhouden, is het by
na onmoogelyk dat een hart nog verlieft kan blyven wanneer
het aan de andere zyde niets dan versmaadingen en veragtin-
gen ontmoet; evenwel men ziet het, en ik geloof'er heden
nog al meenig met Stenobee (dans Bellerophon, tragedie en Musi-
que Act: 1. scen: 1.) uitroepen
In de Andromaque van Racine ziet men de Liefde in weerwil
der veragtingen, standvastig blyven, in Orestes Pyrrhus en
Hermione. by Gilbert zegt Roxane tegens Orondaat,
Ja schoon zy hem niet lang te vooren had hooren zeggen
Doet haar de Liefde nogtans bekennen,
Hier mede komt over een 't geen le Boulanger, in zyn 104.
reflexion sur l'Amour, zegt: dat de veragtingen in de Liefde
,,dikmaals zoo aangenaam zyn, dat men beminnelyk word
,,door dat geene waar door men meende zig zelve afkeerig
,,te maaken. En indien de Liefde de veragting niet kon
overwinnen men zou alle de minneklagten met zoo veel naa-
men van Ongevoelige, onmeedoogende, onmenste niet zien
opgevult; den verliefde Mirtillo behoefde niet uit te roepen
Men zou ook nooit zoo ver komen om buiten hoop te bemin-
nen, want, schoon men de Hoop als de ziel van de Liefde
gelyk ik mogelyk in 't vervolg breeder zal ophaalen, aanziet,
weet egter de Liefde altyd ons door een wonderlyke be-
toovering, zelf zonder dat wy het weeten, met hoop te voe-
den, ja uit de wanhoop zelf zyn hoop te haalen.
Le Boulanger beweert al dit voorverhaalde veel wytloopi-
ger, en toont aan dat de Liefde niet alleen van alle hars-tog-
ten zegepraalt, maar dat hy zelfs alle andere harts-togten tot
zyn dienaars weet te gebruiken, en tot Liefde zelf maakt
om zyn gebied uit te breiden, dans la premiere traite de sa Mo-
rale galante. De grootste viand die de Liefde nu nog heeft is
de Dood: want
evenwel verwint hy haar mede,
Euadne, Laodamia, Arthemisia, en anderen hebben de Lief-
de al lang over de dood doen Zege-praalen, en getoont dat
den ondergang van 't Voorwerp, geenzints de Liefde met
zig sleepte; met welk een getrouwe en tedere harts-togt, be-
waart, omhelst en koestert de bedroefde Andromache het
denkbeeld van haaren dooden Hector, by Racine, met welk
een hevigheid zegt Lavinia, by Quinault,
Ja zy zegt, dat schoon de dood haar minnaar had van het
leeven berooft, Hy egter nog eerbied voor hem hadde voor
zoo veel hy in haar ziel leefde,
En indien men alle de klagten van diergelyke wilde aanhaa-
len men zou'er een heel werk van kunnen maaken; ik zal'er
nog een tussen voegen 't geene ik voorheenen op diergelyk
een stof gemaakt heb, en mogelyk den leezer niet onaange-
naam zal zyn.
Propertius zegt aan zyn Cynthia, wanneer hy haar zyne be-
graavenis beveelt. lib. 2. el: 10. dat een vrou haar overlede
man altyd moet beminnen.
Welke Elegia de pyne wel waard is om hier eens na geleezen te
worden, gelyk ook de zesde Ecloga, Lycoris, van Petrus Fran-
cius, die ik menigmaal geleezen en met groot vermaak heb
herleezen.
Dog dit alleen uit Poeten te bewaarheden zou heel weinig
geloof verdienen, de waereld kan'er ons heden nog voorbeel-
den van verschaffen, en men vind'er nog die met Porcia toe-
staan, dat een kuisze vrou tot geen tweede huwelyk behoort
te koomen, waar van den Geestige
Jan de Bruin
in de zesde
punt-rede van zyn jok en Ernst, wytloopiger spreekt. Wanneer
men nu gezien heeft dat de Liefde over de dood zegepraalt zal
men ligter gelooven dat zy het Afzyn te boven kan komen,
't geen geen geringe viand van de Liefde is, en waar voor hy
zekerlyk menigmaal heeft moeten wyken; den drost 't Hoofd
,
zegt'er van in zyn
brief van Menalaus aan Helena.
Dog hoe sterke viand zy van de Liefde mag weezen 't is zee-
ker dat zy'er mede nog al van word verwonnen. Een vol-
,,maakte Liefde kreunt zig geen afweezen, maar wanneer het
,,beminde voorwerp niet jegenwoordig is, weet zy het,
,,door het sterk geheugen 't geen zy'er van geeft, altyd en
,,op alle plaatzen jegenwoordig te maaken, zy brengt de
,,zugten over, zy schildert de droefheden af, zy drukt de
,,hoop, Vrees, en ontgerustheden uit, en weet al de klag-
,,ten van een verkwynende ziel na te zeggen, gelyk le Bou-
langer in le 113. reflection sur l'Amour zegt: derhalven roept
een hart, getroffen door een zuivre vlam met rede, uit.
Wanneer de Liefde dan zoo algemeen over alles heerscht,
word hem dit billik toegezongen in le Triomphe de l'Amour.
20. entree.