
Wanneer de Liefde dus alles, gelyk gezegt is,
voortbrengt, en in weezen houd, en over
alles zegepraalt, is 't ook niet zonder reden
dat zig alles ook voor hem buigt; 't is der-
halven een enkle waarheid
Op deeze wyze doet
dullaard
, Tarquinius spreeken in zyne
Standvastige Princes 1. bedryf.
By Pluimer spreekt de Liefde zelve; dus.
Jonktys
doet Venus haare zaak tegens Minerva op deeze wyze
verdedigen.
By Gilbert snyt de Liefde nog al zoo groots op, en zegt, dat
de Goden zelfs dagelyks voor syne altaren zugten en ver-
kwynen:
C. Marot, den tempel der Liefde beschryvende, zegt in 't
begin.
Daniel Heinsius
roept de Liefde aan met de lieffelykste woor-
den zyne lofzingende; zie ejus poemata pag. 227. edit: Elsevir:
& Mair: Ann: 1621. en alle schryvers zyn zoo vol hier van,
dat het een oneindig werk zou zyn alles aan te haalen; zy
zyn'er geweest van allerhande volkeren, staat, en ouderdom
die hem hebben aangebeden, dog onder deezen voegt het
wel niemand beter als de jeugd, die enkel een tyd van Lief-
de schynt te weezen,
In deeze Ouderdom is het hart best bekwaam tot die ontroe-
ringen, neigingen, hoop, en vrees, waar mede de Liefde al-
tyd verzelt is, het vernuft nog zwak en niet te min stout
en hovaardig op zig zelven, is niet bekwaam om alle die on-
gemakken die in de Liefde zyn na te spooren, en waant die
geenen die haar voorkomen zoo gering dat zy de zoetheden
nooit evenaaren, de leden als in haar bloeyen, en met die
zagtheid en poeselheid nog verfraait die het oog meest ver-
lokt, vertoonen een Lente-tyd van ons leeven, waar in de
zorgen, en zwaare bekommeringen geen plaats kunnen heb-
ben, maar enkele lagjes en lusjes omme zweeven: dit heeft
zekerlyk Trousset oorzaak gegeeven om zyne Olimpe de fabel
van de Lente toe te eigenen, dewelken te vinden is in le
recueil de bon vers par le P: Bouhours pag. 89. en welkers ge-
dagten zoo lief en fraai zyn, dat ik het myne vertaaling niet
heb kunnen weigeren.
't Zyn mogelyk deeze gedagten ook geweest die Horatius
hebben doen zeggen, wanneer hy Hirpinus een vermaakelyk
leeven aanraade: lib: 2. od: 11.
En Plato, om Xantippe tot zyne Liefde te beweegen: dat de
,,schoonheid een bloem is die schielyk verwelkt; dat, indien
,,men zyn tyd tot de Liefde niet naaw waarneemt, men zon-
,,der vrugt zyne jeugd door-brengt; en dat den Ouderdom
,,met gaawe schreden komt om ons onze goede dagen en
,,vermaaken te ontrooven. Zie, la vie de Platon par M. Dacier
fol: mihi 98. 't Geen naderhand zoo gemeen is geworden dat
men naawelyks een minnelied vind of het behelst het: Torq:
Tasso pronkt den tuin van Armide onder andere aanlokzels,
met een vogel op, die mede het zelve zingt. Gierusalem: libe-
rat: cant: 16. stanz: 14.
Dullaart zingt hem dus in 't duits na.
By Guarini gaat Linco verder: past: fid: att: 1. scen: 1.
Men vind ook in de zede-lessen van Confutius, dat hy den
,,mensch raad; zig in drie ouderdommen van drie zaaken te
,,wagten, namentlyk in de jeugd van de ongeregeltheden
,,der Liefde, in de middelbaare Ouderdom van de pleit zugt,
,,en in den ouderdom van gierigheid, zie les nouvelles conver-
sations de Scudery pag. 120. dog dit alles niet jegenstaande zyn
alle verpligt voor hem te buigen.
Op deeze wyze zingen de Goden zelf by T. Corneille Circe,
Trag: act: 5. scen: 11.
Zelf weet een Oud man dit gebrek tot zyn voordeel te dui-
den,
Anacreon verdedigt in zyn Ouderdom zyne vermaaken en
minneryen vry aardiger in zyn elfde gezang, zegt hy na my-
ne vertaaling.
En indien ymand de Moeiten wil neemen om het 34, 38, en
47 ste na te zien, hy zal ze niet min aangenaam over deeze
stof bevinden.
Ik meen men derhalven met reede mag zeggen.