
In de voorgaande zinnebeelden is wydloopig genoeg
aangehaalt, hoe de liefde haare magt zelf over de wreed-
ste en wildste dieren heeft: alleen zal ik hier aanmer-
ken dat het moedigste hart door de Liefde kan getemt
en tot schrik en vrees worden gebragt: dit bekent de
fiere Thomiris by Quinault, wanneer zy haar' minnaar door
Odatirsus in doods gevaar zag, la mort de Cyrus act: 3. sc: 4.
Op dezelve wyze speekt Omphale, wanneer haar minnaar zig
verwonderde dat zy begon te vreezen: Manlius act: 1. sc: 5.
Berenice zegt by Corneille dat zy door het ontdekken van haar
vrees haare liefde te kennen gaf Act: 3 sc: 1.
Zelf weet de Liefde die harten die al te wreed zyn, door
haare gewoonlyke zagtheid, gedwee en tot groote daaden
bekwaam te maaken, gelyk Guarini aanmerkt in zyn Pastor
fido att: 1. sc: 1.
Op deeze voet zingen de harders by Tasso dat de Liefde de
vreede bemint, en haat en viandschappen verjaagt, en dus
van de Waereld een Heemel weet te maaken. Amint: Att: 4.
choro.
Maar, gelyk de Liefde al te trotze en grootsche gemoede-
ren weet te temmen, moedigt zy ook al te flaawe en laffe
aan.
,,Wie is zoo vadzig, zegt, Phaedrus by Plato, die door de
,,Liefde niet word ontstoken en tot de deugd gemoedigt, met
,,de sterkste niet gelyk word, want dat vuur 't geen Home-
,,rus meende van de Goden zommige helden in geblaazen te
,,zyn, ontsteekt de Liefde in de minnaars. Zekerlyk wan-
neer het hart door Liefde is onstooken onderneemt het alles,
voor naamentlyk wanneer het door de hoop word ondersteunt;
deeze moed doet Manlius zyne Omphale antwoorden:
Op een andere plaats verzoekt hy maar het bevel van zyne
Vorstin, en agt zig dan bekwaam om alles te bôoven te ko-
men.
En men behoeft om hier van geheel overtuigt te zyn maar
het oog op de geschiedeniszen te slaan; men zal bevinden, dat
de tederste harten, in de liefde zaaken hebben uitgevoert
daar de kloekste soldaaten voor zouden staan schrikken, en
geen wonder want
Monsr. le Boulanger merkt ook eerst aan in zyn Reflections sur
,,l'Amour, dat men zig
zekerlyk moet inbeelden alles te kun-
,,nen overwinnen, wanneer men een schoone juffer ziet. Maar
deeze moedigheid moet
niet al te groot zyn, dog matig, en
wanneer de Liefde ons op zyn tyd en redelyk temt en aan-
moedigt, verkrygt men die
gelukkige staat van Liefde die
Monsr. de Fontenelle zoo aangenaam beschryft in zyn discours sur
,,la nature de l'eglogue, de Liefde, zegt hy, moet niet belem-
,,mert, agterdogtig, dul, of wanhoopende zyn,
maar teder,
,,eenvoudig, kiesch, trouw, en, om in deeze staat te kun-
,,nen blyven, met hoop verzelt. dan heeft men het hart vervult
,,maar niet ontroert, men heeft zorgen maar geen ongerust-
,,heden; men wort bewogen maar niet verscheurt, en deeze
,,zoete beweeging gaat niet verder dan de rust van de Liefde
,,en natuurlyke luiheid kan lyden.