
Hoe groot het vermogen van de Liefde ook is, ge-
lyk wy in de voorgaande Zinnebeelden genoeg
hebben aangehaald, zyn'er egter nog veelen die
daar tegens hebben durven stryden; dog hebben
alle tot hunne schande haare zwakheid, in het ein-
de moeten belyden, waar van ons Anakreon een voorbeeld in
zig zelve geeft; Hy zingt in zyn veertiende gezang, volgens
myn' vertaaling dus
Nooit zou iets op dit zinnebeeld beter kunnen toegepast wor-
den als dit gezang, en nooit iets bedagt 't geen natuulyker
de stryd en overwinning van de Liefde konde vertoonen.
Evenwel zullen veelen, die dat behaagen in Anakreon niet
vinden, hem hier van onnatuurlyke versiering betigten, wan-
neer hy zegt, dat de Liefde zig zelve op de boog zette, en zig
zelve schoot: 't geen, wanneer men het zoo wil aanmerken,
eenigzints waar is; Madame Dacier schynt hier mede ook ee-
nigzints verleegen te zyn dewyl zy deeze woorden een an-
dere zin tragt te geeven; dog, hoewel het verdedigen van
Anakreon, myn werk niet is, moet ik nogtans hier byvoegen;
dat die onnatuurlykheid, my het aller natuurlykst' de gestal-
tenis van een hart, 't geen na lang tegenstreeven tot de Lief-
de gebragt word, verbeeld: want Anakreon, willende be-
schryven hoe een gemoed, 't geen oneindige gevaaren, waar
in de Liefde het zoude hebben kunnen vatten, is doorge-
worsteld, nu zorgeloos, en hoovaardig op zyne kragten,
dikwils op het onverzienste en hevigste word getroffen, heeft
om de wanordre van het zelve uit te drukken, en te vertoo-
nen hoe het die ongerustheden, ontstelteniszen, ontroerin-
gen, die het niet begrypen kan, vergeefs van zig tragt te
werpen, niets natuurlyker kunnen bedenken, als die onna-
tuurlyke wyze van spreeken dat de Liefde zig zelve wist in
't hart te schieten, en zig dus daar meester van te maaken;
om dat die hertstogt in dit geval dikmaal woed met zoo groot
een hevigheid dat zy alle natuurlyk begrip te boven gaat:
derhalve durve ik wel met Longe-pierre en Madame Dacier
uitroepen dat men niets aangenaamer, schoonder, nog gee-
stiger zou kunnen bedenken: dog, Anakreon is het alleen
niet die vergeefs tegen de Liefde heeft gestreden, in de Dia-
na van Montemayor, 2 de boek, zingt Faustus
By Honoré d'Urfé in het eerste deel, zesde boek van zyne
Astree zingt Filander, wanneer hy door de schoone Diana was
getroffen.
Korn: Boon zingt voor zyne Kliemene,
Hiër: Amaltheus was gedwongen uit te roepen wanneer hy
meende het meeste van de Liefde ontslage te zyn:
In de Opera van Atys act: 1. sc: 2. zingt Idas
In le ballet le Triomphe de l'amour 6. entrée. zingt Neptunus en
Amphitrite
Longepierre zegt in zyn tweede idylle dat'er geen verdediging
,,tegen de liefde is, nog geen schuilplaats om haar te myden,
,,dat alles voor haar moet buigen en wyken, en niets haare
,,schigten kan tegenhouden.
By
Jan Vos
tragt Saturninus op deeze wyze Thamra te be-
weegen wanneer zy zei de min te vloeken en haaten,
En wie zal onderneemen met de Liefde te stryden die met
ons aanmerkt wat zy is
Veel minder zal men hier toe kunnen besluiten wanneer men
inziet, dat een groots hart, gelyk wy te vooren gezegt heb-
ben, zig niet hoeft te schaamen gevoelig te zyn: 't geen
Hoogstraaten
wel byzonder heeft aangemerkt, wanneer hy in
't eerste boek van zyn Haegaenveld zynen Held beschryft met
deeze woorden: Den vierigen Held, zyn geest was snuggerer
dan de Sperwer en zyn drift voorquam de Zonnewielen, een Jari-
gen Hengst kon zyn moedigheid niet bereiken, noch geen pronkende
Zwaen zyn hooghartigheid nasporen. Zyn tong was scharper dan een
gewette Sikkel, en zyn uitspraek heftiger als een vliegende Worppyl:
maer zyn gemoed was buigsaem als wasch, en 't kristal zyner oogen
smolt zoo geheel ligt van medelyden als de bleike sneeuw voor de bla-
kende zon.